Wat we samen doen, doen we beter
26/02/2013
Steeds meer mensen gaan samen auto's gebruiken, huizen bouwen, stookolie kopen of kinderopvang organiseren. Zijn die nieuwe coöperaties er voor de gezelligheid of is het nuchtere berekening?
Geert Sels
Afgelopen weekend legde ex-premier Yves Leterme het nog eens uit. 'De financiële werking van het ACW is gegroeid vanuit de coöperatieve gedachte: als je de spaarcenten van alle leden bundelt, kun je een beter rendement halen.' Het had uit een geschiedenisboek kunnen komen, uit het hoofdstuk waarin het ontstaan van de coöperaties uit de doeken wordt gedaan. Broodrondes, apotheken, melkdistributie en landbouwveilingen werden opgezet via georganiseerde voorzieningen. Motto: goed spul tegen een eerlijke prijs.
Een bijzondere loot van deze voorzieningen waren de kredietmaatschappijen die de zuilen opzetten voor hun achterban. Het wedervaren van de 800.000 Arcopar-spaarders is een late stuiptrekking van die geschiedenis. Ze zet de tegenstelling tussen vroeger en nu op scherp: want zijn deze mensen nu aandeelhouders van een coöperatie of volbloed beleggers?
Leterme geeft zelf het antwoord. 'Het is fout gegaan toen Dexia besliste om aan schaalvergroting door te voeren, om te concurreren met instellingen die werkten met fictieve geldcreatie en slechte kredieten.'Ergo, de coöperatie is niet meer aangepast aan deze tijd? Je zou het niet zeggen als je om je heen kijkt. Steeds meer mensen vinden elkaar om zich gezamenlijk te organiseren. Misschien is in ons huidige tijdsgewricht wel een eigentijdse variant van de coöperatie aan het ontstaan. Wat ligt er dan aan ten grondslag? Doen we het voor de gezelligheid? Of is het nuchtere berekening?
Uitstroom
Aan de basis ligt telkens een gezamenlijke nood waar zich geen pasklare oplossing voor aandient. Soms is dat omdat de markt die oplossing niet voorhanden heeft, of ze aanbiedt tegen onaanvaardbare voorwaarden. Kijk maar naar de energiemarkt, waar veel consumenten de tarieven van Electrabel niet langer pikken. Het bedrijf levert nog steeds stroom, maar het weet ondertussen drommels goed wat'uitstroom' betekent.In andere gevallen ontstaat die nood omdat de overheid moet passen. Ze heeft moeite om haar rol van verzorgingsstaat te handhaven. Begrotingscontroles volgen elkaar snel op, multinationals sluiten hun vestigingen, er moeten scholen gebouwd en wegdekken hersteld, en ondertussen zijn we gestaag aan het vergrijzen. De noden zijn talrijk, de budgetten krap.
Daarom gaan individuen zich associëren om zelf het heft in handen te nemen. Wat we zelf doen, doen webeter. Maar wel samen. 'Het model van de coöperatie is nooit echt weggeweest', zegt Caroline Gijselinckx van het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA) in Leuven. 'In sommige hoeken is het wel weggedeemsterd. Zo hebben de coöperatieve winkels het bij ons moeten afleggen tegen de grootwarenhuizen. In sommige landen als Zwitserland en Groot-Brittannië hebben ze zich kunnen handhaven.'Recentelijk ziet Gijselinckx echter hedendaagse toepassingen van coöperaties opduiken. 'Die situeren zich meestal in andere sectoren dan voordien, zoals energie, huisvesting, mobiliteit en kinderopvang. Ze worden niet meer gestuurd van bovenuit. De Raiffeisenkas, bijvoorbeeld, werd indertijd opgericht door een elite die een nood vaststelde bij de landbouwers. Nu komen veel initiatieven bottom-up. Er heeft zich een sterke democratisering voltrokken en de sociale netwerken zijn een krachtig hulpmiddel om snel en breed te mobiliseren.'
Die sociale netwerken komen goed van pas bij crowdfunding, dat men met enige souplesse als een hippe en ietwat losse vorm van coöperatief werk zou kunnen beschouwen. Het basisprincipe is nochtans hetzelfde: iemand signaleert een nood en doet een oproep om daar dotaties voor te verzamelen. Deelnemers doen een duit in het zakje omdat ze overtuigd zijn dat het project er moet komen.
In Groot-Brittannië en Nederland, waar sterk bespaard is op overheidssubsidies, hopen nogal wat culturele organisaties via crowdfunding het hoofd boven water te houden. Veelal zijn de budgetten beperkt en neemt het engagement na de schenking weer wat af.
Daarmee vergeleken is de ware coöperatieve aanpak langduriger en ingrijpender. Betrokkenen zoeken een oplossing en willen die bestendigen. Ze gaan voor de langere termijn en willen medezeggenschap in de plannen. Met zijn allen vormen ze een groep die incontournable is op de markt. Samen staan we sterk. Door de macht van het getal is hun positie zo aanzienlijk dat ze interessante voorwaarden kunnen afdwingen. Mensen vinden elkaar om samen isolatiemateriaal, stookolie of zonnepanelen aan te kopen. Wegens het schaalvoordeel kunnen ze die tegen veel lagere prijzen krijgen.
Ecopower
Onlangs nodigde het Team Vlaams Bouwmeester de voorzitter uit van de grootste bouwcoöperatie in Zürich. Tussen 1998 en 2008 slaagde de stad erin 13.000 nieuwe woningen te bouwen, waarvan 21 procent via de coöperatie Wohnungbaugenossenschaften. 'Het uitgangspunt is dat we rekenen op basis van reële kosten, en dus niet van marktprijzen', legt Peter Schmid uit. 'Dertig procent van de grond in Zürich komt van de stad, die hem aanbiedt voor coöperatieve bouwprojecten. Dat laat ons toe om de bouwkosten 20 tot 25 procent lager te houden dan op de vastgoedmarkt.'
Banken aarzelen zelden om Schmid aan basiskapitaal te helpen. 'Onze huurprijzen liggen 15 procent onder die op de privémarkt. Stel dat we in de problemen komen, dan kunnen we te allen tijde de prijs optrekken. Die buffer is eigenlijk verborgen kapitaal.'
Coöperanten van de Wohnungbaugenossenschaften zijn verzekerd van een woonst, hoewel ze in de loop van hun leven naar andere woontypen kunnen doorstromen. Gezinnen beginnen in een grote woonst, zo gauw de kinderen het huis uit zijn verkassen ze naar een kleiner optrekje. Er zijn woonblokken waar ouderen er zich toe verbinden zorg voor elkaar te dragen. De woonzekerheid is echter evengoed een zwakte in het systeem: per jaar komt er amper vijf procent vrij.
'Capital is the servant , not the master of the organisation ', vinden ze bij de coöperaties. Geld dient om een organisatie te laten draaien. Daarom staat het niet in elk coöperatief concept even centraal. Er zijn coöperatieve vennootschappen, zoals het Zwitsers voorbeeld, waarbij men een aandeel koopt. Andere modellen steunen op samenhorigheid. Uit de milieubeweging zijn organisaties als Ecopower gegroeid om samen projecten op te zetten voor hernieuwbare energie. Vervoersmaatschappijen hebben Cambio opgezet om auto's te delen. Lokale overheden groeperen mensen om gezamenlijk stookolie aan te kopen.Soms is vrijwilligheid de motor van een onderneming. Bijsupported agriculture verbinden mensen uit een regio zich ertoe om lokale landbouwers te ondersteunen. Ze kopen hun producten en gaan op drukke momenten zelfs helpen oogsten. Cohousing brengt bewoners samen in panden waar ze ruimtes of tuinen gemeenschappelijk hebben. Ouders nemen het initiatief om collectief kinderopvang te organiseren, hetzij door beurtelings op de kroost te passen, dan wel door de logistiek te delen.Blijft de vraag waarom coöperaties aan een tweede jeugd toe zijn. Naast de scherpere prijzen die men in groep kan bedingen, is er een sociaal surplus. Er is meer nood aan opvang, verzorging en begeleiding en samen kan men die organiseren. In een woonproject voelt een alleenstaande zich meegenomen in de dynamiek.
Duwtje in de rug
Nieuwe coöperaties kunnen beleidsmatig een duwtje in de rug krijgen. De Verenigde Naties zagen dat het goed was en riepen 2012 uit tot 'jaar van de coöperatie'. Dat was, zoals wel vaker bij de VN, zowat een garantie dat niemand er iets zou van horen.
Dichter bij huis zien de Vlaamse overheden er het nut van in omgrassroot -dynamiek te ondersteunen. Nu de budgetten beperkt zijn, kunnen ze het initiatief bij sociale groepen leggen en samenwerking met de overheid stimuleren. Want wat ze zelf doen, doen ze beter.© 2013 Corelio