• Nederlands
  • Français
  • Links
  • Sitemap
  • Contact
  • Actua
  • Beleid
  • Yves
  • Contact

Toespraak van premier Yves Leterme Lokale Raad Westhoek Voka West-Vlaanderen

Print deze pagina

Toespraak van premier Yves Leterme Lokale Raad Westhoek Voka West-Vlaanderen

  • Toespraken

27/04/2011


Dames en Heren,

Graag ben ik ingegaan op de uitnodiging van Voka Westhoek om vandaag een aantal ideeën met u te ontwikkelen over de economische ontwikkeling van de Westhoek in de komende tien jaar, in voorbereiding van het nieuwe streekpact. Het is essentieel voor deze streek dat wij –samen met alle actoren in de streek- een complementaire taakstelling uittekenen en in een horizon van 10 jaar denken, aanvullend aan het beleid dat op Europees, Federaal, Vlaams, provinciaal en lokaal niveau wordt gevoerd. Ik waardeer de intentie van Voka om hierin een actieve en pro-actieve rol te spelen.

Laat mij toe als start een stand van zaken over de Westhoek te geven. In de woelige, mobiele en snel evoluerende maatschappij, waarin we leven, staan wij er te weinig bij stil dat wij in een gezegende streek wonen. Kritisch als we zijn concentreren wij ons al te dikwijls op wat er niet goed gaat, op wat beter kan. Op zich is dat goed want uit het onbevredigde groeit het nieuwe. Zelfgenoegzaamheid is geen basis voor vernieuwing.

En toch wil ik vandaag beginnen met een ode aan deze streek. We hebben het hier, in onze Westhoek, goed op verschillende domeinen. Ik ben wel niet gevraagd om hier een toeristische folder te debiteren, maar toch merk ik dat onze streek erg populair is in de rest van ons land en ook erbuiten. Dit is niet altijd zo geweest. Nog niet zo heel lang geleden waren de beleidsvoerders bijna beschaamd om de naam “Westhoek” te gebruiken. Herinner u de actie “Onterfd Westland wil leven” uit de vroege zeventiger jaren.  “Westhoek” had té veel de bijklank van achterstand, uithoek en kneuterigheid, en men gebruikte dan maar het iets minder stigmatiserende “Westland”. Vandaag wordt de naam met zelfvertrouwen en zonder enige negatieve bijklank gebruikt. Het gaat beter met de Westhoek.

1.    Geen achtergestelde streek
De Westhoek is geen achtergestelde streek meer. De werkloosheidsgraad is laag en ligt onder het Vlaamse gemiddelde. De achterstand inzake activiteitsgraad, die 50 jaar geleden reëel was, is volledig ingelopen. De welvaartsindex is gestegen en de Westhoek komt dichter tegen het nationaal gemiddelde. Als dit nationaal gemiddelde het richtcijfer 100 heeft, dan is de welvaartsindex tussen 1994 en 2008 in het arrondissement Ieper gestegen van 84 naar 91, in het arrondissement Diksmuide van 81 naar 89 en in het arrondissement Veurne zelfs naar 107, al dient gezegd dat de specifieke situatie van Koksijde dit laatste cijfer wat scheeftrekt. Laten we wel wezen, de ontvangsten uit de belastingen liggen per inwoner nog altijd een stuk onder het Vlaams gemiddelde en dit is voor de gemeentefinanciën geen prettige vaststelling. Maar, om het in wielertermen te zeggen, we zitten weer in het peloton. Nu we steeds dichter bij “het gemiddelde” gaan aansluiten, kan de vraag gesteld worden of de Westhoek dan nog een bijzondere benadering nodig heeft. Uit het vervolg van mijn verhaal zal blijken dat dit wel het geval is.
2.     Hefbomen van de ontwikkeling
Deze aansluiting bij het peloton is niet vanzelf gegaan. In een gezamenlijke aanpak hebben, -onder de coördinerende impuls van de toenmalige WER en GOM West-Vlaanderen- de lokale, provinciale en Vlaamse overheden via vijfjarenplannen en geïntegreerde actieprogramma’s voor de Westhoek maximaal gebruik gemaakt van Europese steun om de Westhoek definitief los te wrikken uit zijn marginale economische positie. Het is nog altijd de goede aanpak al richten de Europese EFRO-steunmaatregelen zich vandaag op andere regionen, die ze meer nodig hebben dan wij. Gelukkig blijven andere Europese fondsen zoals Leader en Interreg erg belangrijk voor de Westhoek, en worden ze ook aangesproken. Ik ben blij dat ik dit in het verleden mee heb kunnen realiseren. Planning en samenwerking zullen ook in de toekomst de hefbomen blijven voor de verdere ontwikkeling van onze streek.
3.    Nog nipt een plattelandsgebied
De toegang tot specifieke Europese steun voor de Westhoek als regio is vandaag het plattelandsaspect. En de Westhoek is –naar de Vlaamse en Europese normen- nog nipt een plattelandsgebied. Alles is relatief natuurlijk. Toen ik 6 jaar geleden in de Europese landbouwraad zetelde, kreeg ik daar een definitie van wat voor mijn Finse buurvrouw de definitie van “platteland” was. Het was het gebied dat een lagere bevolkingsdichtheid heeft dan 1 inwoner per km². Nu weet ik wel dat de uitgestrektheid van Finland –en het onherbergzame Lapland- nooit ook maar in de verste verten te vergelijken valt met ons volgebouwde landje, maar het geeft toch wel na te denken over de relativiteit van bepaalde uitdrukkingen. Voor Vlaanderen en Europa wordt –om het predicaat “plattelandsgebied” toe te kennen- de norm van 150 inwoners per km² gehanteerd. Enkel door abstractie te maken van de kustgemeenten zit de Westhoek exact op dat cijfer. Sommige gemeenten als Lo-Reninge en Alveringem behoren met ongeveer 50 inwoners/km² tot de laagst bevolkte gemeenten van Vlaanderen. 
4.    Zorgzaam met open ruimte
In elk geval is de Westhoek een streek waar heel zorgzaam met de open ruimte moet worden omgegaan.  De verarming en banalisering van de open ruimte is in het grootste deel van Vlaanderen té ver uitgeslagen, maar niet in de Westhoek. Het is een opdracht voor de beleids- en plannenmakers van de toekomst om deze kwaliteitsvolle open ruimte te koesteren en te bewaren, maar dit mag nieuwe ontwikkelingen niet tegenhouden. De socio-economische ontwikkeling moet en kan gerealiseerd worden met het behoud van zijn troeven als plattelandsgebied en zijn ruimtelijke en ecologische kwaliteiten. Dit is ook de missie, ingenomen door  Resoc-Westhoek, en daar zijn wij gelukkig mee.
5.    Geringe bevolkingsdichtheid
Deze open ruimte kenmerkt zich dus door een geringe bevolkingsdichtheid en de afwezigheid van de druk van grote steden. In de Westhoek leven er 177 mensen per km², Westkust inbegrepen. Vergeleken  bij de bevolkingsdichtheid van West-Vlaanderen, -363 inwoners per km²- en Vlaanderen -449 inwoners per km²- is het verschil significant. Dit is een ongelooflijke troef. Hier leeft nog het gevoel dat we niet op elkaars lip zitten en dat element moeten wij blijven koesteren en uitspelen.

En zo komen wij tot 11 insteken, die ik met u wil ontwikkelen, pretentieloos en inspirerend. Uiteraard moeten de “klassieke componenten”, die generiek gelden, zoals ontwikkeling van de industriezones, bedrijventerreinen, startersaccommodaties, … nog altijd onze aandacht gaande houden, maar deze insteken willen een richting geven aan de ontwikkeling van de Westhoek in de volgende tien jaar.
Insteek 1: Ieper als 14de Vlaamse Centrumstad en geconcentreerde bundeling
De steden van de Westhoek zijn niet alleen erg mooi als toeristische centra, ze geven op geen enkel ogenblik de indruk van grootsteden te zijn met de problemen die ermee samenhangen. Toch is daar, via het principe van de geconcentreerde bundeling, de bedrijvigheid ondergebracht: grote en nijvere bedrijvenzones vinden we nabij de Westhoeksteden.
Door de afwezigheid van agglomeratievorming en door de verspreide bevolking is echter ook het draagvlak klein, zowel voor voorzieningen, als economisch gezien.
Misschien moeten wij daarom durven ijveren om Ieper te laten opnemen in het rijtje van de centrumsteden in Vlaanderen. Op basis van een aantal criteria hebben onderzoekers aan de KULeuven een hiërarchie opgemaakt van kernen in Vlaanderen. Daar staat Ieper op de 14de plaats. De 13 steden, die Ieper in deze lijst voorafgaan, zijn allemaal officieel erkende centrumsteden met de financiële en materiële voordelen vandien. Als er in Vlaanderen echter één stad is, die in de werkelijkheid een trekkersfunctie voor de hele omliggende streek vervult, is dit toch wel Ieper in de Westhoek. Het getuigt niet van grootheidswaan om Ieper naar voor te schuiven als kandidaat-centrumstad. Maar voorlopig is dit een streefpunt en geen realiteit. Wij moeten gaan voor een netwerk aan complementaire steden, die boven de middelmaat trachten uit te stijgen en kiezen voor Ieper als springplank van de hele regio.
Binnen de Europese grensregio moeten wij dus kiezen voor de beide. Gelet op de afstanden is het belangrijk dat Veurne, Diksmuide en ook Poperinge en Wervik als meervoudig bruggenhoofd fungeren, én naar Kortrijk, én naar Frankrijk. Die gedeconcentreerde bundeling met Ieper als 14e centrumstad is het ruimtelijk concept van de komende 10 jaar.
Insteek 2: verdere ontgrenzing van de Westhoek
Hoezeer we de kleinschaligheid voelen en koesteren, toch ligt de Zuid-Westelijke Westhoek op enkele kilometers van de metropool Lille en kan onze streek niet los gezien worden van de ontwikkelingen in de metropool. Enerzijds is de landsgrens –hoezeer deze in belangrijkheid is afgenomen in Europese context- een buffer om de meest kwalijke elementen van de invloed van een metropool te matigen. Anderzijds blijft deze nabijheid voor onze economie erg belangrijk: het kan de “poort” worden van de Westhoek naar de grootstedelijke gebieden in Europa. Blijvend aandachtspunt blijft dan wel de ontsluiting van de Westhoek naar Lille en naar de haven van Duinkerke: bereikbaarheid is een cruciale factor in de economische ontwikkeling van de Westhoek.
Daarom is het goed dat de Westhoek betrokken is bij Eurometropool en de EGTS (de Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking). Pas in april 2009 opgericht betrekt EGTS West-Vlaanderen/Flandre-Dunkerque-Côte d’ Opale de gehele Westhoek in al zijn geledingen in zijn werking en  het verheugt mij dat VOKA Westhoek hier ook, via Patrice Bakeroot, sterk in geëngageerd is als vertegenwoordiger van de werkgevers. Allerlei vruchtbare initiatieven komen tot stand op de meest verscheiden terreinen: gezondheidszorg, cultuur, taalonderwijs, jeugd, media, …
Deze Europese rechtspersonen bieden kansen op effectieve verwezenlijkingen en een betere toegang tot de Europese fondsen om onze doelstellingen te realiseren. Waar nu het accent sterk gelegd wordt op de as Kortrijk-Lille moet het een streefdoel zijn om de binding Westhoek-Noord-Frankrijk nog prominenter uit te spelen.
Insteek 3: inzetten op sociale samenhang
Onze streek kenmerkt zich ook door een sterke sociale samenhang. Ik zal daar niet dieper op ingaan, maar het is niet toevallig dat de Westhoek pionier is van acties als “Nestor” of “Netwerk Dorpen”, die –in een samenwerking van verschillende OCMW’s- erop gericht zijn de senioren en degenen, die door het lot niet werden verwend, de zorg en de steun te geven om het leven leefbaar te maken. En verantwoorde werkgevers en vakbonden hebben de Westhoek een reputatie gegeven van sociale rust. Het is een troef, die wij zonder schaamte kunnen en mogen uitspelen.
Insteek 4: werken aan kwaliteit
 Het blijft levensnoodzakelijk dat wij werken aan kwaliteit, ecologische kwaliteit vooral en duurzaamheid. Voor zover dit vooroordeel nog zou bestaan, is het tijd om voorgoed komaf te maken met de idee dat economie en ecologie enkel elkaars tegenpolen zouden zijn. Eigenlijk zijn beide terzelfdertijd partners én tegenpool en  dit gezonde samenspel is een veel betere benadering. De zorg voor milieu en ruimtelijke omgeving legt immers geen begrenzingen op aan de economische groei. Het duidelijkste, maar niet het enige voorbeeld, is ongetwijfeld het toerisme. Mensen komen naar deze streek omwille van de rust en de charmerende mix van gezellige stadjes en knusse dorpen, waar de geschiedenis nog leeft en de gastvrijheid nog geen dode letter is. Niet alleen moet dit toeristisch worden uitgespeeld, ook bij het aantrekken van nieuwe bedrijven zoekt de potentiële investeerder naar een kwalitatieve regio om het kaderpersoneel mee te motiveren voor een investering in de Westhoek. De Westhoek kan dit bieden, maar moet tevens blijven inzetten om de streek ook aantrekkelijk te maken op het culturele en recreatieve domein. Met de natuurlijke rijkdom alleen zullen wij geen resultaat halen, maar als deze rijkdom aangevuld wordt met een gedegen, volwassen en hedendaags recreatief aanbod kunnen wij het verschil maken. Daar is in de voorbije jaren sterk in geïnvesteerd: grote wandeldomeinen (zoals de Kemmelberg), fiets- en wandelknooppunten en vooral de landschapszorg met het Regionaal Landschap als draaischijf.
Cleantech in de landbouw, toertech/sociotech in de toeristische en de sociale sector en ecobouw zijn de drie speerpuntsectoren, die Resoc naar voor schuift
-    Cleantech staat voor “clean technologies” en wil in de productieprocessen maximaal gebruik maken van onze natuurlijke hulpbronnen en aldus een economische toegevoegde waarde realiseren in combinatie met milieuwinst.
-    Toertech (of toerisme technologie) wil alle sociale, culturele, bestuurlijke en value-adding activiteiten van de toeristische industrie omvatten. Het bevat ook de technologische en economische ontwikkelingen in de toeristische sector.
-    Sociotech is gericht op de zorgsector en kan omschreven worden als ICT voor socio-economische innovatie, zoals E-care.
-    Ecobouw staat voor duurzaam bouwen en renoveren.
Het blijft hier niet bij woorden: de ecologische wijk “de Vloei” in Ieper en de site Suikerfabriek in Veurne bewijzen dat de Westhoek hier niet alleen de trein niet heeft gemist, maar zelfs de lokomotief speelt. 
Insteek 5: uitgaan van onze endogene groeikracht
Het is essentieel dat wij uitgaan van onze endogene groeikracht, onze dynamiek van binnenuit. Er zit enorm veel potentialiteit in deze streek, mensen, die willen ondernemen en risico nemen. We beschikken over een sterk vertakt netwerk van KMO’s. Té veel hebben wij vroeger –in de zestiger jaren- onze hoop gelegd bij grote multinationals, die vooral aangetrokken waren door de tijdelijke steunmaatregelen, waarvan zij bij de vestiging in het “ontwikkelingsgebied” Westhoek konden genieten. En jammer genoeg zijn er voorbeelden genoeg van bedrijven, die eenmaal de steunmaatregelen afkalfden ook de motivatie verloren om hier te blijven. Bedrijven, die door onze lokale besturen met veel enthousiasme werden binnengehaald, hebben onze streek enkele jaren nadien onder het mom van rationalisering de rug toegekeerd en gekozen voor de lageloonlanden. We hebben daar veel uit geleerd, vooral geleerd om in de eerste plaats op onze eigen kracht en op onze eigen creativiteit te rekenen. Deze ingesteldheid is misschien minder spectaculair dan het binnenhalen van een multinational, maar ze is zekerder en op de lange termijn lonender. Het ondernemerscentrum bij het Perron te Ieper en de verschillende vormen van startersinfrastructuur, ook voor de diensten, zijn daar goede voorbeelden van.
Insteek 6: werk en telewerk
Er is hier werk voor wie het wil zien. Sinds begin dit jaar verschijnen er werkaanbiedingen voor Westhoekbedrijven op de website www.werkindewesthoek.be. Vandaag staan er 881 openstaande jobs te wachten op een titularis.
Maar er zijn nog troeven. Waarom zou de Westhoek niet kunnen evolueren naar een Centre of Excellence voor telewerk, werken op afstand. De vroegere handicap –de afstand van Brussel en het centrum van het land- kunnen wij vandaag als troef uitspelen. Wij kunnen het voortouw nemen in het creëren van netwerken van telewerkers. Zonder blind te zijn voor de enkele nadelen zijn de voordelen van telewerk legio: geen tijdrovende verplaatsingen meer, de files op onze wegen kunnen korter, er is meer ruimte voor een kwalitatieve tijdsinvulling, de kwaliteit van het werk verhoogt en er is meer ruimte voor het gezin.
Insteek 7: kwalitatief onderwijs
Als zevende aandachtspunt wil ik de waarde van kwalitatief toegepast onderwijs benadrukken. We moeten realistisch zijn: de droom om universitair onderwijs naar de streek te trekken is wellicht te hoog gegrepen. Het is niet zo slecht dat jongeren hun studentenjaren doorbrengen in de grote bestaande universitaire centra van het land. Waar we wel moeten op inzetten is dat we voor die studenten de terugkeer naar de Westhoek aantrekkelijk maken, en dat er ook afgestudeerden uit andere streken de weg naar de Westhoek vinden. Dit betekent dat we moeten investeren in promotie van de streek, in culturele infrastructuur en in een volwassen cultureel aanbod, in een volwaardig dienstenaanbod, in commerciële voorzieningen, maar vooral in hoogstaande tewerkstellingsmogelijkheden. We hebben echter niet alleen nood aan hoger opgeleiden, ook goede vakmensen, “stielmannen”, hebben we nodig. Daarom moeten wij blijven investeren in ankerpunten voor voortgezette vorming. Nu reeds is een stevig netwerk van naschoolse vorming uitgebouwd. Door afstemming en grotere samenwerking kan de kwaliteit van het aanbod nog verhogen. Hoe dan ook moet de afstand hogeschool- bedrijfsleven zo kort mogelijk gehouden worden. Daarom moeten vormen van hoger onderwijs, zoals het HBO5 (Hoger Beroepsonderwijs niveau 5) hier kansen krijgen, en dit in samenwerking tussen de West-Vlaamse Hogescholen en de CVO’s.
Het is een verheugende vaststelling dat in het recente verleden meer afgestudeerden, sneller dan voorheen, terugkeren naar hun Westhoek. De afweging “aantrekkelijk woongebied” wint hier duidelijk aan gewicht.
Insteek 8: versterking van de bestuurskracht
Erg belangrijk voor de ontwikkeling van de Westhoek is versterking van de bestuurskracht van de streek op zich en van de lokale besturen binnen deze Westhoek. In de periode 1971-1977 heeft de overheid in België de fusieoperatie doorgevoerd. Dit ging niet zonder slag of stoot. Alhoewel de meeste gemeenten –ook in de Westhoek- op hun zelfstandigheid stonden, moet elke objectieve waarnemer achteruitkijkend toegeven dat deze fusieoperatie een heilzame invloed heeft gehad voor de gemeenten. De leefbaarheid van de gemeenten groeide, de financiële middelen werden rationeler aangewend, er kon kwalitatief  personeel worden aangeworven en er kon een meer geïntegreerd en gecoördineerd beleid worden gevoerd. Ook de bestuurscultuur wijzigde en de burger werd meer betrokken bij het bestuur via inspraakinitiatieven.
Kortom: het bestuur van de gemeenten werd professioneler en de fusies brachten een modernere en frissere kijk op de mogelijkheden van het lokale niveau. Vandaag zijn  we zoveel jaren later en de decreetgever geeft aan de gemeenten de mogelijkheid om –waar dit nodig zou blijken- op vrijwillige basis een fusie aan te gaan. Uiteraard dient hiervoor een lange en ernstige denkfase doorgemaakt te worden. Maar we moeten in deze denkfase durven taboes doorbreken en voor elke gemeente van de Westhoek de vraag stellen: “Is er voldoende bestuurskracht ?”. Uit studie blijkt dat van de 18 Westhoekgemeenten er 7 zijn, die een zwakke tot zeer zwakke financiële basis hebben en aldus beperkt worden in bestuurskracht. Bestuurskracht heeft niet alleen met de effectiviteit van het bestuur te maken maar ook met de zelfredzaamheid van de bevolking.
Het kan een fascinerende denkoefening worden, zonder taboes of heilige huisjes. Maar wellicht zal aan het einde van de rit blijken dat een verdere bundeling van gemeenten ook een versterking betekent. De uitdagingen voor de gemeenten groeien altijd maar meer en de bestuurders worden altijd opnieuw voor nieuwe obstakels geplaatst. Vandaag is bijvoorbeeld PPS –de Publiek-Private Samenwerking- gemeengoed geworden bij grote projecten. Maar de lokale besturen kunnen alleen maar winnen in deze formule als ze op gelijkwaardige manier de private partner tegemoet treden. Is dit vandaag altijd het geval ?
Insteek 9: herdenking Grooten Oorlog, kans voor toerisme in de streek
Binnen drie jaar vangt de herdenking van 100 jaar Grooten Oorlog. Alhoewel we nog een goeie drie jaar van de start van de herdenking verwijderd zijn gonst het al van initiatieven. Een organisatiestructuur is reeds opgezet en er wordt hard gewerkt. Er worden budgetten door de Vlaamse regering en de provincie gereserveerd voor evenementen en infrastructurele ingrepen. Dit is een unieke kans om de Westhoek aan de wereld te tonen, als een streek, die niet alleen toekomstgericht is maar ook zijn geschiedenis koestert. En de heropbouw en economische en culturele heropstanding na de vernietigende Grooten Oorlog is het symbool van de veerkracht en de levenskracht van deze streek. Daar hoeven we niet beschaamd over te zijn, wel integendeel.
Er zijn vele invalshoeken van waaruit wij deze herdenking kunnen benaderen en er zal veel wijsheid nodig zijn om de juiste toon te vinden in een delicaat thema als dit . Maar iedereen beseft dat de toeristische factor erg belangrijk zal zijn. Deze streek krijgt een unieke kans om zich op een positieve manier aan de wereld te tonen en een serieuze “boost” te realiseren op het toeristisch vlak. Dit is economisch niet te onderschatten. Per jaar besteden de toeristen in de Westhoek ongeveer 101 miljoen euro aan toerisme en dit impliceert 1.013 directe arbeidsplaatsen en 506 indirecte arbeidsplaatsen. Dit zijn 1.519 gezinnen, die dank zij het toerisme hun brood verdienen. En het gaat de goede kant op: tussen 2004 en 2009 evolueerde het aantal logies in hotels, huurwoningen en campings in de Westhoek van 486.000 naar 700.000. En nu het kwalitatieve belevingstoerisme in de lift zit, kan de Westhoek met zijn rijke verleden, zijn talrijke historische relicten, zijn natuurlijke troeven en zijn menselijke dimensie ook hier zeker het voortouw nemen.
Insteek 10: imagovorming en streekgerichte samenwerking
Voor zover dat nog het geval is, moet deze streek van zijn oubollig imago af. Het is niet waar dat de Westhoek achterna hinkt op de evoluties  in andere streken. De tijd is voorbij dat we aanvaarden dat men ons “achterlijk” of “ouderwets” noemt, omwille van een excentrische ligging in de Belgische context. Vanuit het Streekhuis Esenkasteel wordt de actie “Westhoek Inspireert” opgezet en dit, zoals steeds, met meerdere partners uit overheid en middenveld. De bedoeling is om onze streek definitief van de laatste sporen van het Bokrijk-imago af te helpen. Via een multidisciplinaire benadering van Resoc, provincie en Westtoer worden de innovaties en creatieve impulsen in de Westhoek in de verf gezet.
Hoe dan ook: we moeten durven dromen en sommige van die dromen realiseren. Met de introductie van de Streekwerking en streekhuizen heeft de provincie West-Vlaanderen eind vorige eeuw  het voortouw genomen in streekgerichte samenwerking. De Westhoek heeft de kans niet laten liggen. De burgemeesters hebben zich met de gedeputeerdenverenigd in het Westhoekoverleg en een geconcerteerde aanpak van de problemen voorgestaan. Dit heeft zijn vruchten afgeworpen. In heel Vlaanderen wordt de Westhoekaanpak als voorbeeld gesteld. Ook dat is een element van bestuurskracht, dat het niveau van de gemeenten overstijgt. De provincie verdient hiervoor al onze waardering.
Insteek 11: mobilisatie van risicokapitaal
Uit het voorgaande hebben wij vastgesteld dat de Westhoek over een goed vertakt netwerk van KMO’s beschikt. Er zijn hier veel goede KMO’s, met hardwerkende mensen aan het roer. Maar soms missen zij de doorstroming naar een grotere dimensie omdat zij groeikapitaal missen. Ik weet dat ervaringen uit het verleden onze mensen wat terughoudend hebben gemaakt om hun centen te investeren in groeiende bedrijven. Toch is het creatief samengaan van durfkapitaal aan de ene kant en groeibedrijven aan de andere kant een onmisbare voorwaarde voor de groei van de Westhoek.

Ik heb 11 insteken ontwikkeld als de 11 spelers van een winnend elftal (om nog maar eens in sporttermen te praten). Wie ze opstelt zal een kampioenenploeg vormen. Ik ben ervan overtuigd dat we inderdaad werken aan een kampioen: de Westhoek kampioen van kwalitatief en goed leven.
In 2013 is het 300 jaar geleden dat het Franse Vlaanderen door het Verdrag van Utrecht aan de Franse kroon werd toegewezen. 300 jaar is niet veel in de geschiedenis en in het licht van de eeuwigheid. Het aanhalen van de vroegere historische banden, ook economisch, medisch, toeristisch biedt enorme kansen binnen het nieuwe Europa.
In 2013 zal het ook 50 jaar geleden zijn dat de taalgrens definitief werd vastgelegd en 20 jaar dat het verdrag van Maastricht met het vrij verkeer van goederen en diensten van kracht werd. Het zal een historisch belangrijk jaar worden, maar het kan nog veel belangrijker worden als de Westhoek dat jaar met een nieuw streekpact uitpakt, dat de elementen in zich draagt van een hoopvolle toekomst.
De Westhoek zit op het goede spoor, maar er is nog veel werk te doen. En het is goed dat de lijnen worden uitgezet via globale planning en samenspraak. Ik waardeer het daarom dat Voka participeert in de opmaak van het nieuwe streekpact. Ik wens u hierbij veel inspiratie en succes toe !


 

»
  • Home
  • Webmaster
  • Contact