Toespraak van Eerste Minister Yves Leterme bij de inhuldiging van het Belwind windturbinepark op de Blighbank (Noordzee)
09/12/2010
Dames en heren,
Vandaag vieren we de opening van het tweede windmolenpark in de Belgische Noordzee. Bijna 120m boven de zeespiegel prijken deze molens statig op de zogenaamde “Bligh zandbank”. Kapitein William Bligh, die zijn naam aan de zandbank verleende, was in de 18de eeuw en 19de eeuw niet alleen een verdienstelijk hydrograaf bij de Britse zeemacht, maar werd vooral bekend als de Kapitein van de Bounty toen de beroemde “muiterij op de Bounty” uitbrak in 1789. Nadat hij door de muiters in het midden van de Stille Oceaan op een sloep was achtergelaten, slaagde Bligh er samen met een paar medestanders in om het 6000 km verder gelegen Timor te bereiken. Van daaruit slaagde hij erin terug in Engeland te geraken en zijn carrière verder te zetten, terwijl de muiters op een geïsoleerd eiland terechtkwamen en ten onder gingen aan interne twisten. Bligh was een doorzetter en een uitstekend navigator. Ook in grote moeilijkheden zette hij door, en bereikte hij het vasteland.
Net als de Bounty kwam het Belwind project begin 2009 in woelig water terecht. Een aantal banken konden, (nood)gedwongen door de niets ontziende economische crisis, moeilijk over de brug komen met de nodige financiering. Net zoals Kapitein William Bligh roeide Frank Coenen samen met zijn Belwind-team tegen de stroming in. Uiteindelijk kwam de kentering voor Belwind er dankzij een waarborg van de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV) na goedkeuring van de Vlaamse regering onder leiding van Kris Peeters. Hoewel deze waarborg in de praktijk nooit is gebruikt, was het toch een levensnoodzakelijke troef om alle investeerders en banken aan boord te houden. De wind draaide voor Belwind en uiteindelijk kreeg men de financiering van 614 miljoen euro rond door de kapitaalinbreng van Groep Colruyt, Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV), Meewind, SHV en Rabobank.
Deze realisatie is een eresaluut aan alle “doorzetters”. Zij die de moed en de daadkracht aan de dag leggen om stappen vooruit te zetten, ook als het moeilijk wordt. Vandaag vieren wij niet enkel hen, we vieren ook een wereldwijde primeur: nog nooit werden windmolens zo ver in de zee gebouwd. Op 52 kilometer van de kust en op een diepte van 32 meter. Het eerste park van Belwind is ook een Belgische primeur: met zijn 55 windturbines is het veruit het grootste op de Belgische Noordzee, en kan het in energie voorzien voor 175.000 Belgische gezinnen. En dat alles is afgewerkt en gebruiksklaar slechts 3,5 jaar na het verkrijgen van de concessie en slechts 15 maanden na de effectieve start van de bouw. Het project kon dan ook alleen tot stand komen dankzij talrijke innovaties en technische hoogstandjes.
Ik wens Frank Coenen en het voltallige Belwind-team mijn welgemeende felicitaties uit te brengen voor het indrukwekkende resultaat.
Op 29 april 1998 heeft België engagementen opgenomen voor de komende generaties door het Protocol van Kyoto te ondertekenen. Deze verbintenis op lange termijn heeft iedereen bewust kunnen maken van de noodzaak van een mentaliteitswijziging die verder gaat dan de loutere verbintenis om de uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van 1990 met 7, 5 % te verminderen tegen 2012. De windmolenparken op zee, en Belwind in het bijzonder, zijn het concrete bewijs dat het mogelijk is om onze productie- en consumptiemethodes te wijzigen om de duurzame ontwikkeling van onze economie toe te laten. Het welslagen van dit project geeft me redenen om te geloven in het welslagen van de top van Cancun en de volgende top in Zuid-Afrika die ons dichter zouden moeten brengen bij een globaal akkoord over het wereldklimaat. Onze windmolenparken op zee zijn immers projecten die aan de internationale gemeenschap kunnen aantonen dat duurzame ontwikkeling, innovatie en groei hand in hand kunnen gaan.
In België wint de sector van de hernieuwbare energie en van de windmolenparken in het bijzonder snel aan maturiteit. Dat danken we uiteraard vooreerst aan de visie, de moed en de durf van onze talrijke firma’s die actief zijn binnen de sector en aan de inzet van hun werknemers.
De federale overheid en de gewesten hebben dan weer sinds het eind van de jaren ’90 aanzienlijke inspanningen geleverd om een kader te scheppen voor de productie van hernieuwbare energie. Verscheidene wetswijzigingen en koninklijke besluiten zijn nodig geweest om een juridisch kader te creëren voor de windmolenparken op zee. Ook heeft de federale regering met de groenestroomcertificaten een onmisbare incentive op punt gesteld. Al werd dit instrument vaak bekritiseerd, het blijft vandaag onontbeerlijk voor de continuïteit van de investeringen in de winmolenparken.
Elke activiteitensector heeft nood aan helder en aanmoedigend beleid. Om de duurzaamheid van de sector van de hernieuwbare energie te verzekeren is het dan ook logisch dat het juridische kader zich op langere termijn aanpast aan de evolutie binnen de sector. Ik denk hierbij aan de technologische innovatie, de evolutie van de energieprijzen, de rentabiliteit van de investeringen. Binnen deze context merk ik op dat de windmolens de laatste jaren sterk aan doeltreffendheid en rentabiliteit gewonnen hebben (en na M. Ditlev Engel, CEO van Vestas, gehoord te hebben ben ik er nog sterker van overtuigd dat de evolutie naar een vermindering van de productiekosten snel vordert). Tot nog toe heeft ons land de juiste weg gekozen door een aantrekkelijk kader te scheppen voor investeringen. Ik ben ervan overtuigd dat regelmatig overleg met de sector van hernieuwbare energie ons kan toelaten om dit kader aan te passen aan de toekomstige behoeften van de sector om ons verder op de goede weg te laten voortgaan.
En dit zal geen luxe zijn vermits België tegen 2020 het aandeel hernieuwbare energie moet weten op te trekken tot 13% van het totale energieverbruik. Er is nog heel wat werk voor de boeg als we weten dat dit aandeel momenteel 3,8% bedraagt. De ontwikkeling van windenergie op zee zal een essentiële bijdrage leveren tot het verwezenlijken van deze doelstelling: volgens onze ramingen zullen windmolens op de Noordzee in 2020 instaan voor 25% van de hernieuwbare energie in België, of zowat 4% van de energie die in ons land wordt verbruikt.
Wanneer het aankomt op hernieuwbare energie verheugt het mij ten zeerste vandaag zelf te kunnen zien dat België sinds 1998 de juiste keuzes heeft gemaakt. Er was meer dan 10 jaar voor nodig om het eerste windmolenpark te ontwikkelen op de Noordzee en het is fantastisch om vast te stellen hoe de technologische ontwikkeling elke dag vordert: dit tweede windmolenpark is groter en productiever dan het eerste. En (of: Zoals we vandaag konden vernemen …) de heer Coenen vertelt me dat Belwind grootse plannen heeft voor een tweede nog productievere fase van het project. Wanneer ik zie hoe succesvol en indrukwekkend dit eerste project is, ben ik ervan overtuigd dat de heer Coenen – in tegenstelling tot kapitein Bligh – geen muiterij te vrezen heeft. Graag wens ik hem en zijn voltallige bemanning alle geluk met de uitbouw van de tweede fase. U zal kunnen rekenen op de steun van de federale regering en in het bijzonder van de ministers bevoegd voor Energie en de Noordzee.
Om af te ronden, dames en heren, zou ik willen beklemtonen dat het Belwind-project dat we vandaag inhuldigen meer is dan een geslaagd project. Het is het bewijs dat ons land beschikt over de visie, de ervaring, de mankracht en de middelen om vooruitgang te boeken in dit domein. Ik ben ervan overtuigd dat de knowhow die werd opgedaan om dit project te doen lukken een onschatbare troef is voor de economische toekomst van ons land. Uw bijdrage tot dit project is tevens een aanzienlijke bijdrage tot het duurzamer maken van onze economische groei en tot het behoud van de welvaart in ons land.Ik dank en feliciteer u.