Toespraak bij de opening van het werkjaar van de Union des Classes Moyennes
14/10/2010
Mevrouw de Voorzitter (Marie-Anne Belfroid),Dames en heren,
De rampzalige gevolgen van de financiële crisis van 2008, die Mevrouw de Voorzitter zo juist verwoord heeft, doen me denken aan Mark Twain: "In het leven van een man zijn er twee momenten waarop hij niet zou mogen speculeren: wanneer hij er de middelen niet voor heeft – en wanneer hij ze wel heeft". We zouden hetzelfde kunnen zeggen over de financiële instellingen.
Ik kan Mevrouw Belfroid alleen maar volkomen gelijk geven wanneer zij pleit voor productieve investeringen die ten goede komen aan de reële economie, de economie die de rijkdom schept zonder de welke er geen sociale herverdeling mogelijk zou zijn.
Ook de overheid heeft een belangrijke rol te spelen in deze investeringen, door te zorgen voor een infrastructuur en een omgeving die bevorderend zijn voor het ondernemerschap, zin voor initiatief en durf om risico’s te nemen.
Sinds de crisis van 2008 heeft de regering daartoe tal van maatregelen genomen. Eerst om de financiële tsunami in te dijken en het vertrouwen te herstellen. Vervolgens om de economische recessie te bestrijden en ten slotte om de stijging te verminderen van de werkloosheid die uit deze crisissen voortvloeide.
Wij zijn nog niet helemaal uit de crisis geraakt, maar ik mag zeggen dat het ergste achter de rug is en dat we opnieuw aanknopen bij de groei.
Dat danken wij uiteraard vooral aan de visie, de moed en de durf van onze ondernemers en aan het werk van diegenen die zij tewerkstellen. Ik houd eraan u daarvoor hulde te brengen.
Maar ook de regering heeft haar rol gespeeld, door de koopkracht te ondersteunen, door zuurstof te bieden aan de ondernemingen en door de financiële stabiliteit te herstellen, en dit alles zonder de overheidsfinanciën in gevaar te brengen.
Laten we beginnen bij de financiële crisis. Door vastberaden te reageren wist de regering een golf van paniek te vermijden. Vanaf de eerste dag, op vrijdag 26 september 2008, heb ik beloofd dat we geen enkele spaarder van een Belgische financiële instelling in de kou zouden laten staan. De regering heeft woord gehouden. De waarborg op spaardeposito’s werd opgetrokken tot 100.000 euro per spaarder en per financiële instelling. In tegenstelling tot de Verenigde Staten of, dichter bij huis, Nederland, ging geen enkele bank of verzekeraar failliet.
Als een goede brandweerman wist de regering te vermijden dat het vuur oversloeg naar de belendende gebouwen. Maar ze heeft ook maatregelen getroffen om te vermijden dat deze financiële crisis zich opnieuw zou voordoen.
Daartoe voeren wij een diepgaande hervorming van de financiële sector door. Indien alles verloopt zoals de regering hoopt zal de Nationale Bank aan het eind van het jaar de verantwoordelijkheid op zich nemen van het toezicht op de banken, de verzekeraars en de pensioenfondsen. De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (de CBFA), die een nieuwe naam zal krijgen, zal worden belast met het toezicht op de gedragsregels, met de controle dus over de Beurs en de informatie die beursgenoteerde bedrijven verspreiden. Die “nieuwe CBFA” zal ook over meer bevoegdheden beschikken.
De financiële crisis had het vertrouwen ondermijnd. De mensen consumeerden niet langer, de internationale handel stortte in en de ondernemingen schroefden hun productie drastisch terug.
Om het vertrouwen te herstellen heeft de regering belangrijke maatregelen genomen om de koopkracht van de burgers te versterken. Binnen dit kader en binnen het kader van het KMO-plan heeft de regering in het bijzonder het sociaal statuut van de zelfstandige willen versterken. Concreet hebben we het over 381 miljoen euro voor de pensioenen en 21 miljoen euro voor de kinderbijslag. Laat ons ook de verhoging van de invaliditeitsuitkeringen niet vergeten en de uitbreiding van het moederschapsverlof via dienstencheques voor de zelfstandigen. Voor het eind van dit jaar is overigens een nieuwe welvaartsenveloppe voorzien die voor advies zal worden voorgelegd aan de sociale partners.
Maar vooral heeft de regering van bij de aanvang van de crisis zuurstof willen verstrekken aan de ondernemingen en aan de KMO’s. In een eerste fase heeft de regering deze doelstelling willen concretiseren door een ruim pakket lastenverlagingen van 1,1 miljard euro, in het kader van het Interprofessioneel Akkoord. Het betreft onder meer het percentage van de niet-doorstorting van de bedrijfsvoorheffing die met ingang van januari 2010 stijgt van 0,25% naar 1%, de versterking van de lastenverlaging voor ploegenarbeid en de versterking van de lastenverlaging voor de onderzoekers. Naast deze lastenverlagingen werd op vraag van de sociale partners afgesproken dat de loonsverhogingen netto niet hoger mogen zijn dan 125 euro in 2009 en 250 euro in 2010. Om deze stijging mogelijk te maken werd het systeem uitgewerkt van de ecocheques, dat geëvalueerd zal moeten worden, en kregen de maaltijdcheques een aftrekbaarheid van 1 euro.
Deze lastenverlagingen werden vervolgens versterkt door talrijke anticrisismaatregelen ten bate van de ondernemingen en dit overeenkomstig de Europese aanbevelingen. Een van de belangrijkste maatregelen was beslist de tijdelijke uitbreiding tot de bedienden van het stelsel van de tijdelijke werkloosheid. Deze uitbreiding heeft toegelaten de gevolgen te milderen van de toename van de werkloosheid. Ik vermeld ook in het bijzonder de maatregel die een uitstel van betaling van de sociale bijdragen heeft mogelijk gemaakt en zo een niet te verwaarlozen rol speelt in de voortzetting van de activiteit van vele ondernemingen. Voor de andere maatregelen is het nog belangrijk om te wijzen op de afschaffing van de heffing op kredietverzekeringen en de uitbreiding van de faillissementsverzekering.
De KMO’s en zelfstandigen werden zeker niet vergeten binnen dit ruim vertrouwensherstellende programma. In tegendeel, alle maatregelen ter versterking van de competitiviteit in het kader van het Interprofessioneel Akkoord, de anticrisismaatregelen en in het bijzonder de sectorale maatregelen, beoogden ook de ondersteuning van het belangrijke weefsel dat de KMO’s in ons land vormen.
Vergeten we vooral de besliste voortzetting niet van de vijf doelstellingen van het KMO-plan: de oprichting van ondernemingen stimuleren; de veiligheid van de ondernemer versterken; de relaties tussen de KMO’s en de overheid verbeteren; de arbeidsmarkt voor de KMO’s verbeteren; het sociaal statuut van de zelfstandige aantrekkelijker maken. De meeste van de 40 concrete maatregelen uit dit plan werden ondertussen verwezenlijkt. Het is onder meer dit plan dat heeft toegelaten om het sociaal statuut van de zelfstandige te verbeteren in volle crisistijd. Deze verwezenlijkingen zijn overigens toe te schrijven aan Mevrouw de Minister Sabine Laruelle.
Als voorlopig laatste wapenfeit in het kader van de uitvoering van het KMO-plan heeft de ministerraad een voorontwerp van wet goedgekeurd dat een rechtspersoon toelaat om gereglementeerde vrije economische beroepen uit te oefenen.
Dames en heren,
Het resultaat van dit alles is dat België het beter doet – of minder slecht – dan het gemiddelde van de Europese Unie en dan het gemiddelde van de ons omringende landen inzake werkloosheidsgraad en –stijging en begrotingstekort.
We beginnen nu de vruchten te plukken van dit beleid en van het dynamisme van onze ondernemingen. Tijdens het tweede kwartaal van dit jaar konden we immers een groei vaststellen van 2,4% ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze groei wordt geschraagd door de binnenlandse vraag en door een herneming van de investeringen door de ondernemingen. Ook dient opgemerkt dat de Duitse economie opnieuw haar rol heeft opgenomen van motor van de Europese groei, met een bijzonder gunstig effect op de Belgische uitvoer.De goede binnenlandse vraag is dan weer voor een groot stuk het resultaat van het minder hoge aantal ontslagen in België ten opzichte van de andere landen van de EU.
Wat kan de regering nu nog doen om ons land op het juiste pad te houden? Een regering in lopende zaken ziet haar bewegingsruimte beperkt, maar dat mag geen alibi zijn om niets te ondernemen.
Volkomen terecht heeft Mevrouw de Voorzitter het gehad over de noodzaak van gezonde overheidsfinanciën. Dankzij de genomen maatregelen brengen wij het begrotingstekort terug tot 4,8% voor 2010. Dit zou ons land moeten toelaten om via gerichte inspanningen het tekort te beperken tot 4,1% voor 2011, zoals overeengekomen in het stabiliteitspact. Bovendien heeft de regering de bakens uitgezet voor een beleid op langere termijn om het tekort te herleiden tot 3% in 2012 en om het begrotingsevenwicht te herstellen in 2015.
Het blijft echter even noodzakelijk om ook de schuld af te lossen, vermits alles wat we uitgeven aan schuldaflossing niet kan worden geïnvesteerd in het land.
Het klopt, zoals Mevrouw de Voorzitter het heeft gezegd, dat de staat de uitgaven moet verminderen. Maar in ons gefederaliseerde land is de staat niet alleen de federale regering en de federale administratie maar ook de regeringen en administraties op plaatselijk, gewestelijk en gemeenschapsniveau. Ook zij moeten dus betrokken worden bij de inspanningen.
Voor de federale regering, voor alle regeringen van het land, dient alle aandacht te gaan naar de aanpak van onze structurele problemen, zoals de competitiviteit van de ondernemingen, de infrastructuur, de te zwakke tewerkstellingsgraad en onderzoeksintensiteit, de tekortkomingen van onze scholingssystemen in het kader van een economie die een kenniseconomie zal moeten worden.
België, als land dat het roterend voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie waarneemt, kiest overtuigd en voluit voor een Europese aanpak van de structurele problemen.
De nieuwe strategie ‘‘Europa 2020’’, waarvoor België zich geheel inzet, legt de te volgen weg vast. De strategie biedt immers een concreet middel om de crisis achter ons te laten en tegelijkertijd aan de Unie een intelligente, duurzame en inclusieve economie te maken die borg staat voor hoge niveaus inzake tewerkstelling, productiviteit en sociale cohesie.
Om de doelstellingen van de strategie “Europe 2020” te halen, zullen de Europese KMO’s, de belangrijkste arbeidsscheppers, er een aanzienlijke rol in moeten spelen. De lidstaten zullen de behoeften van de KMO’s dan ook moeten verankeren in hun nationale EU2020-strategieën.
Ons land rekent op ieder van u. Als afsluiter en in het volste vertrouwen zeg ik graag tot u, die ons uit de crisis sleept, tot u, die nog bulkt van durf en ondernemingszin: ‘Plus est en vous’.
Ik dank u voor uw aandacht.