Yves Leterme bij de installatie van de Werkgroep Staatshervorming
15/01/2008
Yves Leterme, toespraak bij de installatie van de Werkgroep Staatshervorming
Beste collega’s,
Ons land staat voor belangrijke uitdagingen. Voor het eerst sinds het eindevan de Tweede Wereldoorlog daalt de beroepsbevolking. De globalisering ende scherpe internationale concurrentie zetten de competitiviteit van onzeondernemingen onder druk en knagen aan onze marktaandelen. Detoegenomen levensverwachting en de technologische vooruitgang in demedische sector vergen een ruimere financiering van de gezondheidszorg ende kosten verbonden aan de vergrijzing. De klimaatverandering dwingt onsmeer tastbare resultaten te boeken in de duurzame omgang met natuurlijkerijkdommen en energie.
Wij zijn ervan overtuigd dat een samenhangend geheel van institutionelehervormingen een onderdeel moet vormen van het kordate en krachtigeantwoord op deze en andere uitdagingen. Het is immers belangrijk dat defederale overheid en de deelstaten op een actievere manier en metkrachtiger instrumenten een beleid kunnen voeren dat de economische groeiversterkt, onze welvaart en ons welzijn verhoogt, onze solidaireverzorgingsstaat veilig stelt en ons leefmilieu vrijwaart.Ons land heeft een mooie toekomst wanneer wij erin slagen een doelmatigeuitoefening van de federale bevoegdheden te laten samengaan met meerruimte voor de Gemeenschappen en de Gewesten om een beleid te voerendat aangepast is aan hun noden en verwachtingen.
Instellingen en structuren zijn nooit een doel op zich. Instellingen enstructuren zijn een middel om het samenleven van mensen op zulk een wijzete organiseren, dat voor die mensen zoveel mogelijk welvaart en een zo hoogmogelijk welzijn worden gecreëerd. Instellingen en structuren evolueren,vroeger en nu, hier en elders. In Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Spanje,Canada en India – om maar die landen te noemen – werd of wordtnagedacht over institutionele hervormingen, of zijn onlangs aanpassingenaan de werking van de staatsinstellingen doorgevoerd. Ons debat over eenverdere staatshervorming is dus allesbehalve uitzonderlijk.
Sinds toenmalig Eerste Minister Gaston Eyskens op 18 februari 1970vaststelde dat “de unitaire staat, met zijn structuren en zijn werkwijze zoalsdie thans door de wetten nog geregeld zijn, door de gebeurtenissenachterhaald” was, werd ons land in vijf opeenvolgende stappen omgebouwdtot een federale Staat, met drie Gemeenschappen en drie Gewesten – eenwereldwijd uniek concept.
Elk van die vijf stappen was een vergelijk tussen de inzichten en de wensenvan de twee grote gemeenschappen. Elke stap was het resultaat vanonderhandelingen en dialoog – van soms lange onderhandelingen en somsmoeizame dialoog. Elke stap had een breed, een partijoverschrijdend enenkele keren zelfs een coalitieoverschrijdend draagvlak. Elke stap konrekenen op steun in de twee grote gemeenschappen – wat zijn juridischevertaling kreeg in het akkoord van 1970, dat institutionele wetgeving deinstemming vereist van een meerderheid in elke taalgroep in de Kamer ende Senaat.
Het staatshervormingsproces was een permanent aftasten van hetevenwicht tussen de verschillende beleidsniveaus. Dat leidde tot creatieveinstitutionele oplossingen en pragmatische compromisakkoorden die, zoalsdat meestal gaat met een compromis, niet altijd volmaakt en bijna altijdcomplex waren. Het is de plicht van elke politieke generatie om te strevennaar een betere werking van onze federale staat.De materiële bevoegdheden zijn niet altijd doeltreffend en doelmatig over deonderscheiden beleidsniveaus verdeeld. Versnippering en vervlechting staansoms een eenduidig en krachtig beleid, een sterk en dienstbaar bestuur inde weg, waardoor de kostprijs van de beleidvoering soms te hoog is enkansen gemist worden om welvaart en welzijn te scheppen.De Gemeenschappen en de Gewesten zijn slechts in zeer beperkte matefinancieel verantwoordelijk voor het beleid dat ze voeren. Ook hunmogelijkheden om de fiscaliteit in te zetten als beleidsinstrument, isminimaal.
De financieringsregels zetten de middelen van de federale overheid om haarkerntaken te vervullen onder druk.Het tweekamerstelsel zoals het bij de staatshervorming van 1993 aangepastwerd aan de federale staatsinrichting, heeft de verwachtingen niet helemaalingelost. Zo is het een algemene inschatting dat de Senaat zijn specifiekeplaats in het federale landschap nog niet gevonden heeft.De instellingen en de procedures die in het leven werden geroepen omenerzijds conflicten te voorkomen en te regelen, en anderzijds desamenwerking tussen de onderscheiden beleidsniveaus gestalte te geven,lijken eveneens aan revisie toe te zijn.
Ten aanzien van het Brusselse Gewest rijst onder meer de vraag of het eenstatuut en de middelen heeft die optimaal in overeenstemming zijn met zijnhoofdstedelijke en internationale functie.Ten slotte – al heeft deze opsomming niet de pretentie exhaustief te zijn –,ten slotte kunnen we niet doof blijven voor bepaalde wensen om in nieuwedomeinen een beleid op maat te kunnen voeren. De waarde en de kracht vanhet federalisme liggen precies in de mogelijkheid om regionale verschillen tevertalen in het beleid, om rekening te houden met culturele verscheidenheiden om het beleid zo dicht mogelijk bij de mensen te brengen.De voorbije maanden is het besef gegroeid dat de tijd is gekomen om eenbijkomende, een zesde stap te doen naar een modern, beleidsvaardig,dienstbaar en stabiel federalisme, dat alle beleidsniveaus in staat steltkrachtig en doeltreffend in te spelen op de versnelde veranderingen in dediverse domeinen van het menselijke leven.
Een federalisme dat elk van de entiteiten toerust met werkbareinstellingen, helder afgelijnde en homogene bevoegdheden, voldoendefinanciële middelen en eigen verantwoordelijkheid, om een krachtig endoelmatig beleid te kunnen voeren in zijn kerndomeinen.Een federalisme waarin de verschillende entiteiten elkaar op eenondersteunende manier kunnen aanvullen en op een resultaatgerichte wijzeharmonisch kunnen samenwerken.Een federalisme dat de interpersoonlijke solidariteit op een transparantewijze gestalte geeft en op een duurzame wijze garandeert voor alle inwonersvan het land.
Het is de opdracht van deze Werkgroep om, in de lijn van de vijf vorigestaatshervormingen, een vergelijk te vinden tussen de inzichten en deverwachtingen van alle gemeenschappen, en voorstellen te doen die eenbreed draagvlak hebben en op steun in elke gemeenschap kunnen rekenen.Om enige kans op slagen te hebben, kan een hervormingsvoorstel immersnooit tegen één gemeenschap zijn gericht.
Ik stel voor dat, zoals afgesproken in de contacten die wij vorige weekhebben gehad, wij zo dadelijk in besloten vergadering afspraken maken overde opstart van de werkzaamheden van onze Werkgroep – werkzaamhedenwaarbij ook de Gemeenschappen en de Gewesten betrokken zullen worden.Als voorzitter van de Werkgroep en mede namens mijn co-voorzitter encollega Didier Reynders, wil ik ieder van u oproepen om zijn of haarverantwoordelijkheid op te nemen. Mislukken is gemakkelijk: daar kanieder van ons in zijn of haar eentje voor zorgen, dat vergt niet veel moed,maar het is een optie zonder perspectief. Slagen zal integendeel hetperspectief openen op een beter verankerde toekomst voor ons land. Slagenkan integendeel niemand van ons in zijn of haar eentje; slagen moeten wesamen doen en zal een collectieve verdienste zijn. Laten we gaan voor dietweede optie, in het belang en ten voordele van ons land en zijn inwoners.Wij hebben immers de verantwoordelijkheid om het vertrouwen, hetmandaat en de middelen die de burgers ons geven, naar bestvermogen aante wenden voor een zo goed mogelijk beleid en bestuur, dat mensen zoveelmogelijk kansen op ontplooiing en zelfrealisatie biedt.Tot slot wil ik de Senaat en zijn voorzitter danken voor de logistiekefaciliteiten die ze ons verlenen. Van dit Huis wordt gezegd dat het sereniteiten kwaliteit hoog in het vaandel voert. Ik hoop en ik verwacht dat beideeigenschappen zullen afstralen op de werkzaamheden van de Werkgroep.Dat wij, met andere woorden, in een serene sfeer tot kwaliteitsvollebesluiten komen om het werk dat in 1970 begonnen werd, voort te zetten eneen nieuwe stap te kunnen doen in de uitbouw van een eigentijds,bestuurskrachtig en dienstbaar federalisme.