• Nederlands
  • Français
  • Links
  • Sitemap
  • Contact
  • Persberichten
  • Toespraken
  • Agenda
  • In de pers
  • Blogs
  • Beleid
  • Yves
  • Contact

Toespraak van Yves Leterme bij opening Internationale Jaarbeurs van Vlaanderen (Accenta)

Print deze pagina

Toespraak van Yves Leterme bij opening Internationale Jaarbeurs van Vlaanderen (Accenta)

  • Toespraken
  • Economie

13/09/2008

Jaarbeurzen brengen markten en mensen samen. Men toont er het beste van zijn producten en dienstverlening aan klanten, partners of investeerders. Vroeger was een jaarbeurs vooral gericht op verkoop, vandaag vooral op de relatiemarketing.

Op een jaarbeurs eist men zijn plaats op de markt op en zet men zijn troeven in de verf. Concurrentiekracht wordt tenslotte bepaald door de mate waarin we ons van de anderen onderscheiden en erin slagen om toegevoegde waarde te creëren en te groeien. Dit is zo voor een bedrijf, dit is ook zo voor een land. De wereldeconomie is als het ware een permanente jaarbeurs.

België is nog steeds een van de welvarendste economieën ter wereld. Hoewel we in omvang slechts op de 30ste plaats van de wereldranglijst staan, zijn we de 9de grootste uitvoerder ter wereld. Die positie moeten we behouden én verbeteren (want wie stilstaat, wordt voorbijgestoken). Onze economische fundamenten moeten gezond blijven, net zoals onze begroting.

Toen de begroting 2008 werd opgemaakt werd rekening gehouden met een gemiddeld inflatiepeil van 3 procent en een verwachte economische groei van 1,9 procent.  Deze zijn intussen – spijtig genoeg –  achterhaald: we spreken nu van een gemiddeld inflatiepeil van 4,7 procent en een groeivertraging met 0,4 procent. Dergelijke gewijzigde economische situatie vergt bijgevolg een continue monitoring van de begroting van dit en volgend jaar.

Maar onze welvaart behouden we niet alleen met een sluitende begroting. We moeten sleutelen aan onze internationale concurrentiekracht. Wil België zijn rol blijven meespelen in de wereldeconomie, dan moeten we blijven investeren in onze troeven. Een daarvan is onze ligging: ons land is de toegangspoort tot een Europese markt van bijna 500 miljoen mensen. Ons land heeft dus een logistieke roeping. Daarom heb ik in de vorige jaren als Vlaams minister-president tal van initiatieven genomen om onze rol van Europese draaischijf voluit te kunnen spelen. Denken we aan de tweede sluis in Gent, de verdere uitdieping van de Schelde, het project Seine-Schelde als onderdeel van het Transeuropees netwerk voor de binnenvaart, de onderhandelingen over de IJzeren Rijn enzovoort.                       

Het bedrijfsleven en de ondernemers van hun kant moeten risico’s durven nemen. Ik ben dan ook blij dat op deze beurs, in samenwerking met Unizo, een “dorp voor jonge ondernemers” staat. We moeten jonge mensen enthousiast maken voor ondernemen. Onze welvaart en onze economische plaats in de wereld kunnen we maar behouden, als meer mensen de kans krijgen en de moed hebben om te ondernemen. Economische vernieuwing en groei van een land kunnen niet van bovenaf worden opgelegd, ze moeten onderaan ontstaan, door enthousiaste ondernemers die geloven in hun product.

Van bovenaf moet worden gezorgd dat die dynamiek zich kan ontwikkelen: de overheid moet zorgen voor een ondernemingsvriendelijk klimaat. De federale regering wil de oprichting van ondernemingen bevorderen. Vandaar dat zij – op initiatief van collega Laruelle – een actieplan, met concrete wetgeving, gaat uittekenen dat gericht is op de oprichting en de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen.

Op het vlak van loonkosten kunnen wij niet concurreren met de opkomende economieën, maar samen met de sociale partners wil deze regering er wel over waken dat onze loonkosten niet ontsporen. Een correcte loonnorm is immers broodnodig om de concurrentiekracht van onze ondernemingen veilig te stellen. Een cruciale verantwoordelijkheid ligt ook bij de sociale partners die dit najaar een akkoord moeten onderhandelen over de loonstijgingen in de volgende twee jaar. De regering wil een partner zijn in dit debat. Het overleg dat ik maandag aanstaande met de Groep van Tien heb, kan u in het verlengde daarvan zien.

Een stevige concurrentiepositie vergt eveneens een goede fiscale omkadering. Ofschoon onze reguliere vennootschapsbelasting relatief hoog mag genoemd worden, is het feitelijke tarief veel lager. Niet in het minst door het feit dat deze regering de maatregel van de notionele interestaftrek behoudt. Daarmee verhoogt zij de aantrekkelijkheid van ons land voor buitenlandse investeerders én versterkt zij de kapitaalbasis van onze bedrijven, ook van onze KMO’s. Sinds het losbreken van de financiële crisis in de Verenigde Staten, een jaar geleden, heeft dit ons geen windeieren gelegd. Een stevige kapitaalbasis helpt onze ondernemingen beschermen tegen de grillen van de internationale financiële markten.

Een economie als de onze heeft maar toekomst, als ze innovatief is. Volgens de Lissabon-doelstelling moeten wij tegen 2010 drie procent van ons bruto binnenlands product besteden aan Onderzoek en Ontwikkeling, maar we zitten vandaag nog maar aan 1,8 procent. Daarom heeft deze regering op 1 juli laatstleden de vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers in de privésector opgetrokken tot 65 procent. Vanaf aanslagjaar 2008 werd een nieuw gunstregime ingevoerd dat het mogelijk maakt om de inkomsten uit octrooien voor 80 procent vrij te stellen van belastingen. Ook de kostprijs van octrooien wordt systematisch verlaagd door de vermindering van de indieningtaks voor het Belgische octrooi sinds begin dit jaar. Dankzij de ratificering van het protocol van Londen door de huidige regering kunnen ook de vertaalkosten van Europese octrooien worden teruggeschroefd.

Innovatie en technologische voorsprong zijn ook de zorg van deze jaarbeurs. De aanwezigheid van de Universiteit Gent en Technopolis zijn er het bewijs van. Met dit accent trekt Accenta de lijn door die 25 jaar geleden met Flanders Technology op deze plek begon: investeren in onderzoek en ontwikkeling is cruciaal.

Het volstaat echter niet dat we goede producten en diensten leveren. Om competitief te blijven moeten we onze markten verbreden. Dit lijkt een evidentie in de geglobaliseerde economie maar in de praktijk is dat moeilijker dan vroeger. België verliest de laatste jaren marktaandeel op de belangrijkste groeimarkten en stagneert op de meer traditionele markten. Het is onze gezamenlijke opdracht om deze trend  terug om te keren! Vanuit de federale overheid willen wij de gewesten in hun opdracht inzake buitenlandse handel voor de volle 100 procent ondersteunen. Van cruciaal belang is dat we blijvend aandacht besteden aan ons imago in het buitenland.  Dit onder meer door een actieve communicatiestrategie, de oprichting van een centrale investeringsdesk, het volledig benutten van onze diplomatieke posten in het buitenland, het blijvend investeren in goed voorbereide prinselijke economische  missies, …

Elkeen dient zijn verantwoordelijkheid hierin op te nemen. Elke buitenlandse reis moet worden aangegrepen voor economische contacten en voor het versterken van de handelsrelaties. Met andere woorden, we pakken de globalisering niet aan door erover te klagen maar door erin mee te spelen. De buitenlandse zendingen die ikzelf dit najaar onderneem, onder meer naar Sochi, New York en China zal ik evenzeer aangrijpen om ons land te promoten.

De wereldeconomie is als het ware een grote permanente jaarbeurs, zei ik. Op die ‘jaarbeurs’ hebben de West-Europese landen samen met de Verenigde Staten en Japan decennialang de hoofdrol gespeeld. Maar andere landen hebben ook niet silgezeten. De zogenaamde BRIC-landen – Brazilië, Rusland, India en China – vertegenwoordigen nu reeds de helft van de wereldgroei. De keuze van India als gastland op de jaarbeurs in deze Hanzestad Gent, met zijn eeuwenoude traditie van internationale handel, is geen toeval.

Mister Ambassador, I’m very pleased with your presence at the opening ceremony of the 63th Accenta Trade Fair. Your presence at this international trade fair may be seen as the illustration of the flourishing commercial relations between our two countries. India is the fifth non-European exporter to Belgium and the third non-European importer of Belgian products. The importance of our economic relations will increase, for India is one of the fastest growing economies of the world in the fields of IT, medical technology, biotechnology and telecommunication.

India is hét voorbeeld van een opkomende kenniseconomie. India is het 6de belangrijkste bestemmingsland voor buitenlandse investeringen in Onderzoek en Ontwikkeling, en voor toekomstige investeringen wordt het als derde belangrijkste locatie aangestipt.

De aanwezigheid van India op deze jaarbeurs als gastland is ook niet toevallig, omdat India de vijfde grootste niet-Europese exporteur naar België is en het derde grootste niet-Europese importland van Belgische producten. We mogen ons niet blindstaren op de Chinese economie. De vruchtbare wederzijdse handelsrelaties tussen België en India groeiden de jongste vijf jaar spectaculair. Het officiële bezoek van ons staatshoofd tijdens de eerste helft van november dit najaar is m.i. een perfecte illustratie van deze goede relaties.

In de economie – zowel binnenlands als buitenlands – moet het uiteindelijk gaan om ‘faire’ betrekkingen. Het mooie is dat een handelsbeurs in het Engels “Trade Fair” heet. Dat deze‘Trade Fair’ de ‘Fair Trade’ mag bevorderen. Graag wil ik besluiten door gebruik/misbruik te maken van de titel van een boek van de Brits-Vlaamse historica Patricia Carson: mag deze Internationale Jaarbeurs van Vlaanderen aan het publiek de komende dagen “The Fair Face of Flanders” laten zien.

 Yves Leterme

»
  • Home
  • Webmaster
  • Contact