Toespraak van eerste minister Yves Leterme bij opendeurdag evangelische kerk ‘De Hoeksteen’
06/09/2008
Kerk en staat zijn gescheiden in ons land. De scheiding tussen kerk en staat is een van de basisvoorwaarden van een democratie. Die scheiding werd wel eens geïnterpreteerd als negatief voor de godsdienst, maar het is een positieve zaak voor het geloof van mensen. De scheiding tussen kerk en staat betekent immers allereerst dat de politieke overheid alle burgers de volle vrijheid laat om het geloof te belijden dat hun geweten hun ingeeft.
Ons land kent geen staatsgodsdienst en geen staatskerk. Ons land erkent wel een aantal godsdiensten en verbindt aan die erkenning onder meer de betaling van de bedienaren van de eredienst. Dit systeem van financiering van de bedienaren van de eredienst en het systeem van de kerkfabrieken hebben we te danken aan Napoleon. Maar het is meer dan een historisch gegeven. De scheiding tussen kerk en staat berust in ons land niet op een negatieve neutraliteit, maar op een actieve neutraliteit vanuit een positieve waardering van de levensbeschouwing. Om het een beetje kort en bondig te zeggen: het geloof is maatschappelijk nuttig, maar dat geloof moet vrij gekozen kunnen worden.
De overheid wil het actieve pluralisme bevorderen. Daarom zijn geloof en levensbeschouwing in ons land niet opgesloten in de privésfeer, maar is ook de publieke beleving van een overtuiging een grondrecht dat ruimte moet krijgen in de samenleving. Vooral christendemocraten zijn ervan overtuigd dat de religie aan mensen een houvast kan bieden om hun plaats in de samenleving te vinden en van op die plaats zich in te zetten voor andere mensen. Het zijn de mensen die de samenleving opbouwen. Gedreven mensen, mensen die door een overtuiging zijn bewogen, zijn daarbij ‘de hoeksteen’ van het huis van de samenleving.
Meer dan we vaak durven of willen toegeven is onze westerse samenleving doordrenkt van het christelijke gedachtegoed, hoe multicultureel onze samenleving ook is geworden. Zelfs de zogenaamde ‘moderne’ waarden van het Westen zijn, meer dan we beseffen, schatplichtig aan het christendom. De Franse filosoof Frédéric Lenoir schreef daar vorig jaar een heel boeiend boek over, ‘Le Christ philosophe’.
Frédéric Lenoir wijst erop dat de mensenrechten, de gelijkwaardigheid van alle mensen, de individuele vrijheid, de emancipatie van de vrouw, de sociale rechtvaardigheid, de geweldloosheid en voornamelijk de naastenliefde, maar ook de scheiding tussen kerk en staat, rechtstreeks of onrechtstreeks afgeleid zijn van de boodschap van het evangelie.
Jezus Christus heeft ons een denken over de mens nagelaten dat een raamwerk vormt voor onze tussenmenselijke verhoudingen. Dat betekent dat ook voor ons denken over goede economische en sociale verhoudingen we niet kunnen kijken naast de naastenliefde en de fundamentele waardigheid van alle mensen. Het christelijke geloof heeft ons immers geleerd dat wij allen “kinderen zijn van dezelfde Vader”.
Dat elke mens telt, enkel en alleen omdat hij mens is en dus een gelijke aan mij, is ook de grondslag van de christendemocratie, met name CD&V. Mijn partij draagt de C in haar naam, niet omdat zij een partij van alleen maar gelovigen zou zijn, maar omdat zij de ordening van de samenleving wil funderen op de ‘hoeksteen’ van de menselijke waarden die ons door het evangelie zijn aangereikt. CD&V is geen confessionele partij: ook wie niet gelooft, wie geen christen is in de kerkelijke of religieuze zin, kan lid zijn en politiek actief binnen CD&V, maar hij moet wel de christelijke waarden onderschrijven die gestalte hebben gekregen in het christendemocratische gedachtegoed.
Centraal staat de gedachte dat de mens een “persoon” is, dat wil zeggen een uniek wezen dat leeft in verbondenheid met en voor anderen – “kind van God”, noemt het geloof dat. Die persoon moet zijn bijdrage leveren aan de samenleving. En wie door ziekte, ouderdom of handicap niet meekan, heeft het recht op steun, en de samenleving heeft de plicht tot ondersteuning. Want elke mens telt mee. “Wat gij aan de minsten van de mijnen hebt gedaan…”, leerde Jezus van Nazareth.
Christendemocraten nemen daarom ook het geloof van mensen ernstig. Het geloof verbindt immers mensen. Omdat onze samenleving dat niet zou vergeten, zegt de christendemocratie, met name CD&V, dat een geloofsovertuiging, hoe privé ook, tegelijk een publieke zaak is en dat de overheid ten aanzien van de georganiseerde godsdiensten bepaalde verantwoordelijkheden heeft. Een van de grondwettelijke principes is dat de staat zich niet mag mengen in de organisatie van de eredienst. De erkenning van evangelische kerken in het kader van het erkende protestantisme is daar de illustratie van.
Graag wil ik hiermee uw opendeurdag voor open verklaren.
Yves Leterme