Toespraak Rerum Novarum, Anzegem
13/05/2010
Beste vrienden,
3 jaar geleden stonden we voor cruciale verkiezingen. Zonder dat we het wisten, stonden we ook voor de meest diepgaande crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Samen hebben we in die moeilijke omstandigheden de grootste gevaren afgewend. De banken stonden wekenlang aan de rand van de afgrond, maar we zijn erin geslaagd ze overeind te houden door grote politieke en financiële inspanningen. We hielden woord: de spaarcenten van de mensen bleven gevrijwaard. Andere onheilsboodschappen volgden: de economische crisis zou gaten slaan in onze welvaart. De werkloosheid zou dramatisch stijgen. Samen zijn we erin geslaagd de economische groei terug op gang te trekken en de stijging van de werkloosheid tot een minimum te beperken. Ons land presteerde in de aanpak van de crisis op alle vlakken als één van de beste van Europa. (4e/5e plaats in EU of Eurozone)
Een tijdige redding van de banken, een beperkte toename van de werkloosheid, onder meer dankzij de verbetering van onze systemen van tijdelijke werkloosheid, een in vergelijking met de andere landen beperkt begrotingstekort. Terwijl de crisis alles in zich droeg om uit te groeien tot de depressie zoals die van begin jaren dertig van de vorige eeuw, bleef de schade door het gezamenlijk optreden van alle landen nog beperkt. Mee dankzij onze systemen van sociale bescherming.
Dames en heren,
De omstandigheden lijken vandaag in sommige opzichten op die van drie jaar geleden. We staan opnieuw voor cruciale verkiezingen. De sociaal-economische omstandigheden zijn zeer uitdagend.
Het is daarom des te spijtiger dat sommigen niet langer bereid waren het regeringswerk op het sociaal-economische vlak voort te zetten. Het is des te spijtiger dat op bepaald moment de partijstrategie en tactiek, de eigen profilering en het negativisme voorrang hebben gekregen op de stabiliteit waar ons land, onze bedrijven en onze mensen nood aan hebben.
En vandaag willen sommigen ons dwingen om te kiezen tegen elkaar. Veel Vlamingen zijn tegen de Franstaligen. Veel Franstaligen zijn tegen de Vlamingen. Veel Duitsers zijn tegen de Grieken. Veel werkgevers zijn tegen de vakbonden. Veel politici zijn tegen de media. En sommigen roepen zelfs op om niet te gaan stemmen.
Wie is nog ergens voor ? Wie wil zich nog inzetten voor een betere wereld, vaak tegen beter weten in ? Wie wil wél hervormingen, maar geen vijandigheid ? Wie wil dialoog en samenwerking ?
Het zijn vragen die mij bezighouden. Het verwondert bijna dat er nog iets in dit land recht staat, want afbraak en kritiek zijn de ordewoorden. Wie fier is op onze democratie is een naïeveling. Wie zijn schouders ergens onder wil zetten een dwaas. Dat is nog zoiets: scheldwoorden naar elkaars hoofd slingeren is tegenwoordig blijkbaar een teken van moed en durf.
Ik sta hier vanmorgen in Anzegem voor een beweging die in al haar vezels het tegendeel is van die negativiteit. Een beweging die staat voor tal van organisaties die dag in dag uit de samenleving proberen op te bouwen, van onder uit. Voor mensen die geloven in de toekomst. In een betere toekomst. In alle eerlijkheid, dat doet mij persoonlijk deugd. Er is geen beter tegengif tegen wat de politiek en de overheid ten laste wordt gelegd. En dat laatste is minstens deels onterecht, want er is veel gebeurd de afgelopen drie jaar.
De waarheid heeft inderdaad haar rechten. Drie jaar geleden ben ik hier komen zeggen dat CD&V een duidelijke rechtvaardigheidsagenda had, niet in het minst via betere sociale uitkeringen. Ik heb er toen zelfs een bedrag op gekleefd van 2 miljard euro. Geld om mensen uit de armoede te halen, zieken een betere uitkering te verzekeren, werklozen te beschermen tegen bestaansonzekerheid. Een zeer concrete belofte. Ik kan u vandaag even duidelijk zeggen, met de bewijzen in de hand, dat wij deze belofte gehouden hebben. Op drie jaar tijd stegen de uitkeringen, boven het volume-effect en boven de index, met 2 miljard. Een voorbeeld: het minimumpensioen van werknemers bedroeg voor een gezin drie jaar geleden 1.104 euro per maand. Vandaag is dat 1.256 euro. Een stijging met 152 euro of 14%, 8% meer dan de index.
Ook de berekeningspercentages en de minima voor zieken en invaliden stegen. Eén van de vele voorbeelden: begin 2007was de minimumuitkering voor een alleenstaande invalide 884 euro. Vandaag is dat 1.005 euro. Een stijging met 121 euro of 14%, 8% meer dan de index. Ook alle andere uitkeringen gingen erop vooruit. Bij de kinderbijslagen hebben we een eerste stap gezet in de richting van een dertiende maand kindergeld. Of men dit nu immobilisme noemt of voluntarisme, interesseert mij eerlijk gezegd niet. Het belangrijkst is dat wij de opdracht om de zwaksten in onze samenleving te beschermen dag in, dag uit, hebben waargemaakt. Dat wij al wie tijdelijk of permanent zijn inkomen bedreigd zag, hebben bijgestaan. Ook in de statistieken, maar vooral in hun portemonnee. Al de rest is onzin. Of met een modern woord: gespin. Ik kan alleen maar hopen dat al diegenen die vandaag hetzelfde beloven, ook de daad bij het woord zullen voegen.
De waarheid heeft haar rechten. Volgens sommigen is de welvaart blijven stilstaan de voorgaande drie jaar. Volgens het jaarverslag van de Nationale Bank is het beschikbare inkomen bovenop de inflatie de afgelopen jaren gestegen met meer dan 5% sinds 2007, ondanks de crisis. Er is dus geen sprake van een stilstand van de welvaart. Die vooruitgang kwam er door de goede samenwerking met de sociale partners die, anders dan in veel andere landen, met elkaar zijn blijven praten. En door de budgetaire keuzes die door de regering en de meerderheid werden gemaakt.
In een goed overleg met de sociale partners en de regering is er een inter-professioneel akkoord gesloten dat sociale vrede bracht en de koopkracht beschermde van alle werknemers, zonder de concurrentiekracht van de bedrijven aan te tasten. Lastenverlagingen van 1,1 miljard om de competitiviteit van de ondernemingen te beschermen en een koopkrachtstijging van 250 euro. De werknemers behielden de garantie dat er niet geraakt wordt aan de automatische indexering. Het is duidelijk dat dit sociaal akkoord en het relancebeleid dat er op volgde, ons land tegen een echte economische teruggang hebben beschermd .
Vrienden,
Als we lessen proberen te trekken uit de financiële en economische crisis, en vooruit trachten te kijken, dan willen we dat doen op een positieve manier. Maar ook op een zeer duidelijke manier.
Laat mij van meetaf aan luidop herhalen :Het gedrag van de grote speculanten die onze munt en onze welvaart aanvallen is onaanvaardbaar. Eerst zelf door te grote risico’s in de problemen geraken, gered worden met belastinggeld en dan met de herwonnen kracht speculeren tegen die overheden die het hele systeem moeten schragen. Dit kan niet. Daarom was en is het aller-noodzakelijkst dat wij een sterkere regelgeving en controle invoerden. Het luik consumentenbescherming is gelukkig nog tijdig door het parlement geraakt en ook het toezicht kon worden versterkt.
Laat mij duidelijk zijn : wij hebben banken nodig. Goede banken die leningen verstrekken en spaarders begeleiden naar goede en rendabele beleggingen, banken die mee de samenleving en de economie opbouwen. Het is die houding die we van banken moeten en mogen verwachten.Speculanten daarentegen die geld willen verdienen met het faillissement van landen en bedrijven moeten zeker na dit weekend weten dat ze niet zullen slagen in hun opzet. Ze mogen ook weten dat hun medeburgers een dergelijk laakbaar en immoreel gedrag niet langer aanvaarden.
Goede vrienden,
Er wachten ons de komende jaren bijzonder zware uitdagingen, waarvoor moed, geduld en dialoog essentieel zijn. Het zijn moeilijke uitdagingen, maar wij kunnen ze samen aan.De inspanningen die we hebben geleverd voor het redden van de banken en om de crisis te bestrijden zijn zeer groot geweest. Maar de sanering van de overheidsfinanciën is al opnieuw ingezet. Ons begrotingstekort is opnieuw aan het verminderen en het verschil tussen onze schuld en die van de landen van de EU of de Oeso is de laatste 30 jaar nooit zo klein geweest. Maar we moeten de inspanningen doorzetten. We moeten in 2013 terug aansluiten bij het uitgestippelde begrotingspad van voor de crisis. En dat is perfect mogelijk en ook noodzakelijk. Daarom zijn alle grote beloften die nu gedaan worden niet meer dan doorzichtige verkiezingspraat. Wij hebben de ruimte om op een sociaal rechtvaardige manier voort te werken aan een sterke econmie en gezonde openbare financiên. Maar er is geen ruimte voor grote, onbetaalbare verkiezingsbeloften.
Er zijn voor na 13 juni vier prioriteiten waaraan verder moet gewerkt worden:Het behoud van onze welvaart door een sterke economie, de versterking van onze sociale zekerheid, de betere werking van de overheid en de staatshervorming.
Ten eerste zullen we de competitiviteit van onze ondernemingen moeten versterken en ervoor zorgen dat de groei meer en beter omgezet wordt in extra jobs. Hoezeer we ook weten dat onze Duitse broer zeer ver gaat in loonmatiging, wij hebben geen andere keuze dan te volgen. Samen met de sociale partners moeten we streven naar een beheerste loonontwikkeling. Maar het moet ook gezegd dat loonmatiging als strategie alleen te eenzijdig is en zeker niet voldoende. We moeten ons industrieel en economisch weefsel vernieuwen en versterken. Meer publieke en bedrijfsinvesteringen in innovatie en opleiding moeten tegenover de loonmatiging staan die van werknemers wordt verwacht. In onderhandelingen voor de non-profitsectoren moet er ook bij de vakbonden voldoende zorg zijn voor meer aanbod en dus meer jobs.
Ten tweede moeten we onze sociale zekerheid sterk houden. De uitkeringen moeten welvaartsvast blijven. Maar we moeten de sociale zekerheid ook meer inzetten als hefboom voor sociaal-economische vernieuwing. Door te werken aan een meer evenwichtige financieringswijze minder gebaseerd op de lasten op arbeid, maar meer op alternatieve financiering en aan intelligente uitkeringsstelsels die mensen snel opnieuw aan een kwalitatieve job helpen. Ook hier zal moed, geduld en dialoog nodig zijn. Daarom ook aarzelen we niet om een moeilijke boodschap te brengen. Laat mij nogmaals erg duidelijk zijn: met meer mensen langer werken is absoluut nodig. Niet om de sociale zekerheid uit te kleden zoals sommigen willen, maar om ze te versterken. We hebben dat concreet gemaakt door outplacement bij herstructureringen verder te verplichten. We hebben het voor werkgevers duurder gemaakt om mensen met brugpensioen te sturen. We hebben aan werkzoekenden duidelijk gemaakt dat zij niet alleen het recht op een goede uitkering hebben, maar ook de plicht om een job te zoeken of een opleiding te volgen. Zonder een heksenjacht te organiseren. Er is meer nodig. Meer mensen moeten tot hun 63ste, 64ste en zelfs hun 65ste werken. Maar om alle twijfel weg te nemen die sommigen zaaien over het standpunt van CD&V daarover: geen dag langer voor zij die hun pensioen willen opnemen.
Ten derde moeten we verder inzetten op de verbeterde werking van de overheid. Onder impuls van Inge Vervotte werd een beleid van selectieve vervanging van ambtenaren op de sporen gezet. Minder mensen op de ministeries, meer mensen in de kerntaken van justitie en politie. Dat is nu volop bezig. We zijn erin geslaagd een moeilijke hervorming van het leger tot stand te brengen. Met een vermindering van 8.000 beroepskrachten. Dat beleid moet doorgezet worden want het levert resultaat, het levert belangrijke besparingen op. Er is ook eindelijk een akkoord voor een hervorming van justitie. Een correcte rechtsbedeling en een passend sanctiebeleid (met de bouw van nieuwe gevangenissen) zijn essentieel in een rechtsstaat.
Essentieel is ook meer strijd tegen de fraude. Enkele weken na de start van mijn regeerperiode, werd het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude opgericht. De politiek verantwoordelijken, de diverse inspectiediensten, hoge magistraten en politiemensen werken er onder leiding van de staatssecretaris eindelijk samen in de strijd tegen de fraude. Het beleid van coördinatie van de fraudebestrijding begint vruchten af te werpen. Het eerste actieplan 2008-2009 voor de strijd tegen de fraude is voor driekwart uitgevoerd. Het tweede lopende actieplan 2009-2010 zit op schema. Op dit ogenblik worden meer dan 50 concrete actiepunten opgevolgd. Fraudebestrijding draagt niet enkel bij tot de sanering van de overheidsfinanciën. Fraudebestrijding is voor alles een kwestie van rechtvaardigheid.
Tenslotte is er ook een communautaire uitdaging. Drie jaar geleden heb ik als één van de eersten gezegd dat een staatshervorming dringend nodig is. Het antwoord van de Franstalige toen was Non. Non in het vrouwelijk, maar ook –misschien minder opvallend- in het mannelijk. Drie jaar lang heb ik samen met de beste krachten van cdenv gezocht naar oplossingen, naar akkoorden, naar goede wil om vooruit te gaan, naar mogelijkheden tot dialoog. Het was een harde weg van vallen en opstaan. Voor mij, voor Jean-Luc Dehaene, voor Herman Van Rompuy, voor Kris Peeters. Maar er is geen andere weg. Vandaag merken we minstens in woorden een algehele overeenstemming over de noodzaak van een staatshervorming die meer bevoegdheden geeft aan gemeenschappen en gewesten en –naar ik hoop- ook een hervorming die meer financiële verantwoordelijkheid bij die gemeenschappen en gewesten legt.
Het doet mij denken aan de discussie die de sociale partners voeren over de harmonisering van de statuten van arbeiders en bedienden. Een discussie die al jaren duurt. Het ACV heeft zich al die jaren en de laatste tijd zelfs met gewaagde nieuwe ideeën ingezet voor een oplossing. In dialoog. Anderen verkozen om straffe uitspraken te doen of de onderhandelingstafel te verlaten. Het ACV bleef en blijft onderhandelen en kwam met positieve voorstellen. Er is geen andere weg dan die van de dialoog. Het alternatief is dat er niets verandert.
In het communautaire dossier is het precies hetzelfde. Er is geen andere weg dan die van de dialoog. Anders komt er geen oplossing en blijft ons land verlamd. Velen willen eigenlijk niets liever dan dat, omdat zij er electoraal wel bij varen of omdat zij uit principe geen duimbreed willen toegeven. Een eerlijke analyse van de communautaire opstellingen kan alleen tot die conclusie leiden: sommigen aan beide zijden van de taalgrens willen geen oplossing. Maar wie is daarvan het slachtoffer ?
Vrienden, ik rond af.
Ik zie een parallel tussen de politieke strijd die ik samen met vele vrienden mag voeren en de basishouding van de sociale beweging die ons samen brengt.Vanuit het acw in al zijn geledingen blijven wij –ook als het moeilijk gaat- kiezen voor dialoog, voor overleg, voor samenwerking en niet voor tegenwerking. Dit moet ook vandaag onze keuze zijn. Kiezen voor dialoog : voor onze welvaart, voor de solidariteit en voor een goede staatshervorming. Vastberaden maar in staat om een goed akkoord te maken.
Daarvoor wil ik doorzetten, meer dan ooit.
Yves Leterme