Toespraak op viering 100 jaar Psychiatrisch Centrum Caritas
11/04/2008
Als we vandaag op een feestelijke wijze stilstaan bij het feit dat het Psychiatrisch Centrum Caritas van Melle honderd jaar bestaat en bij het feit dat de Zusters van Liefde al tweehonderd jaar aan psychiatrische zorgverlening doen, dan kijken we niet alleen met grote waardering naar het gepresteerde werk, maar staan we ook stil bij de kracht een mensvisie. Deze mensvisie is kernachtig verwoord in de nieuwe slagzin van dit huis: “In zorg verbonden.”Er zijn maar twee manieren om naar de mens te kijken. Ofwel bekijken we hem vanuit zijn nuttige waarde. Ofwel bekijken we hem vanuit zijn fundamentele waardigheid. Er is niets mis mee, als we aandacht hebben voor het nut dat iemand kan hebben: elke vacature trouwens is op zoek naar de werknemer die voor de openstaande betrekking het nuttigst kan zijn. Dat zal bij de aanwerving van personeel in dit huis ook niet anders zijn, denk ik.Daar is dus niets mis mee, op voorwaarde dat de mens voor ons meer mag zijn dan zijn economische, intellectuele of technische nuttigheid. Indien voor een samenleving de mens alleen maar waarde zou hebben in de mate dat hij bijdraagt tot het economische, culturele of sociale leven, dan dreigt die samenleving de mens te laten vallen van zodra hij geen economische of andere meerwaarde meer toevoegt. Wie de mens bekijkt vanuit zijn fundamentele waardigheid – los van wat hij opbrengt – laat een mens nooit vallen. Door de broosheid van zijn lichamelijke of geestelijke gezondheid hangt de mens ten andere af van het respect van de anderen. Op het kruispunt waar de weg van de nuttige waarde doodloopt of dreigt dood te lopen en alleen nog deze van de fundamentele waardigheid doorloopt, staan de knipperlichten van de psychiatrische zorg die aan de samenleving laten weten: hier komt een mens voorbij. Was voor veel mensen vroeger psychiatrie een taboeonderwerp, vandaag is het toch meer bespreekbaar geworden. Omdat we allemaal wel iemand kennen die ermee te maken heeft gehad, én omdat de psychiatrische centra open huizen zijn geworden. Toch denken nog steeds veel mensen dat een psychische ziekte hen en hun nabestaanden nooit zal treffen. Nochtans, volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zal psychisch lijden in deze eeuw de meest verspreide pathologie worden.Het is geen toeval dat deze instelling Caritas heet, nog minder dat deze instelling honderd jaar geleden werd opgericht door Zusters van Liefde die honderd jaar eerder al zich hadden ontfermd over mensen met aandoeningen waarvoor de bevolking toen andere dan medische termen hanteerde, omdat ze niet begreep dat je ook ziek kon worden in je hoofd. Het was een tijd zonder psychofarmaca, een tijd waarin men meer tastend dan wetend was over de menselijke psyche. Tweehonderd jaar geleden stond de psychiatrie nog niet eens in haar kinderschoenen. Honderd jaar geleden stond ze in haar kinderschoenen. Het is geen toeval dat dit centrum zoals het overgrote deel van de psychiatrische en psychotherapeutische centra behoort tot het christelijke vrije initiatief. Caritas – agapè – naastenliefde – is de christelijke deugd bij uitstek: omdat elke mens evenwaardig is, heeft de zwakste onze zorg nodig. De Duitse schrijver Heinrich Böll zei het op zijn eigen scherpe manier: “Zelfs de slechtste christelijke wereld zou ik verkiezen boven de beste heidense, omdat in een christelijke wereld ook plaats is voor hen voor wie in een heidense wereld geen plaats is: de gebrekkigen en de zieken, de ouderen en de zwakken. En meer nog dan plaats is er liefde voor hen die in een goddeloze wereld nutteloos schijnen.” Psychiatrische instellingen in de gewezen Sovjetunie waren strafinrichtingen, zoals u weet.In de honderd jaar dat dit psychiatrisch centrum bestaat, is veel veranderd op het vlak van de gezondheidszorg in het algemeen, en op het vlak van de psychiatrie in het bijzonder. Die evolutie die verdergaat, eist steeds weer een nieuwe zorgaanpak van de patiënt en een nieuwe organisatie van de psychiatrische zorgverlening. De opkomst van psychofarmaca sinds de jaren 1950 heeft het uitzicht en de prognose van de geestesziekten grondig gewijzigd. Die nieuwe medische mogelijkheden hebben ook geleid naar een beter begrip van de biochemische achtergrond van geestesziekten. Ook kwam men tot het besef dat psychofarmaca de psychotherapie helemaal niet uitsluiten, maar veeleer vergemakkelijken. De hedendaagse psychiatrie is gekenmerkt door een snel vooruitschreiden van zowel de biochemische onderzoekingen als de psychotherapeutische. Dankzij al die ‘wetenschap’ kon de ‘caritas’ behandelingsexpertise worden en kon de opvangende zorg evolueren naar een integrale zorg waarin psychiatrische, somatische, psychologische, maatschappelijke en geestelijke begeleiding samengaan. Met één groot doel voor ogen: het herintreden van de patiënt in de samenleving of op z’n minst de verbondenheid met buiten. Psychotherapie evolueert dus van symptoombestrijding naar “leren leven”. Terwijl het ‘gesticht’, zoals mensen vroeger een instelling als deze noemden, ooit vooral een opbergfunctie had, ligt in het moderne psychiatrische centrum de nadruk op de terugkeer en de integratie in de samenleving. Dat is te merken in de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg die een geheel wordt van residentiële en ambulante zorgen, van opname en beschut wonen. Deze evolutie is ook heel goed te merken in de structuur en de samenwerkingsverbanden van het Psychiatrisch Centrum Caritas. Ook het regeerakkoord van de nieuwe federale regering heeft oog gehad voor deze evolutie en ze heeft ook oor gehad voor de daarbij horende vragen aan de overheid. “Het zorgaanbod in de geestelijke gezondheidszorg,” aldus het regeerakkoord, “zal beter worden aangepast aan de noden, in het bijzonder wat betreft de dringende psychiatrische hulp (voor kinderen, adolescenten en volwassenen).” Het is op aandringen van de Vlaamse coalitiepartners, in het bijzonder van CD&V, dat het uittekenen van een specifiek zorgcircuit, met aangepaste financiering, voor de verschillende doelgroepen werd ingeschreven in het regeerakkoord. In de sector, in het bijzonder bij de instellingen, leeft allang de behoefte aan een andere, meer dynamische organisatie waarbij de noden van de cliënt-patiënt centraal staan, zodat deze niet van de ene dienst naar de andere wordt verwezen, maar de gespecialiseerde diensten naar hem toe worden gebracht, waardoor ook de nazorg in een betere continuïteit kan plaatsgrijpen. Deze nieuwe organisatie verwacht ook een nieuwe financiering: aan de leveranciers van psychiatrische zorg zal daarom kredietruimte worden verleend. Deze regering zal ook een bijzondere aandacht besteden aan de kinder- en jeugdpsychiatrie. Ik moet het u niet vertellen dat er op dit vlak een groot tekort is.In dit geheel blijft de residentiële zorg een bijzondere plaats behouden. Ten eerste omdat de zieke er vaak mee gebaat is om uit zijn of haar milieu gehaald te worden. Ten tweede omdat ook zijn of haar omgeving ermee gebaat kan zijn, wil zij de liefdevolle verbondenheid kunnen uithouden. Ten derde omdat de psychiatrische geneeskunde geen ‘operatief’ ingrijpen is, waarna de zieke naar huis kan. Psychiatrie is een ingrijpen in een ingewikkeld geheel van biologie en biografie. En dat heeft tijd en ruimte nodig om het zelfbeeld en het zelfvertrouwen weer op te bouwen. “Langzaamheid is een kernbegrip”, schreven de Nederlands-Duitse psychiater Detlef Petry en de Nederlandse ethicus Marius Nuy in hun boek ‘De Ontmaskering’.Langzaamheid en geduld zijn begrippen die uit het woordenboek van de samenleving zijn verdwenen, maar hier, in dit centrum, hun nut bewijzen en hun beslag moeten krijgen. Het is geen evidentie. Ik wil dan ook mijn waardering én mijn bewondering uitspreken voor al die mensen – psychiaters, psychologen, therapeuten, verpleegkundigen – die het geduld opbrengen om de langzaamheid een plaats te geven. Dat kunnen ze maar omdat ze “liefde als bron en leidraad” hebben, zoals Steve Van Herreweghe het formuleerde in een bijdrage van 2005 in het tijdschrift ‘Psychiatrie en Verpleging’. “In zorg verbonden”, luidt de nieuwe slogan van het Psychiatrisch Centrum Caritas. Ik wil besluiten dat ook de overheid en de regering “in zorg verbonden” willen zijn.