• Nederlands
  • Français
  • Links
  • Sitemap
  • Contact
  • Persberichten
  • Toespraken
  • Agenda
  • In de pers
  • Blogs
  • Beleid
  • Yves
  • Contact

Toespraak bij voorstelling citymarketing-plan

Print deze pagina

Toespraak bij voorstelling citymarketing-plan

  • Toespraken
  • Cultuur - Toerisme

05/09/2008

De gemeente (stad) Hamont-Achel wil door citymarketing de aantrekkelijkheid van de gemeente in de verf zetten en de pluspunten te nutte maken. Een van de kenmerken van de gemeente is haar ligging aan de Nederlands-Belgische grens.

 

Meneer de burgemeester,
Beste Theo,

Ik ben blij om in Hamont-Achel te kunnen zijn vandaag. Op de eerste plaats omdat wij geen onbekenden zijn van elkaar. Wij hebben in onze jonge jaren – en dat niemand zegt dat dit lang geleden is, want wie dat zegt, beweert ook dat wij oud zouden zijn – we hebben in onze jonge jaren elkaar vaker ontmoet. We hebben samen gewerkt, samen gediscussieerd, samen van de toekomst gedroomd en samen onze eerste politieke stappen gezet bij de CVP-jongeren.

Op de tweede plaats houd ik eraan om vandaag in Hamont-Achel te zijn, omdat ik net als u uit een grensstreek kom. U weet, alles heeft een bovengrens en een ondergrens. Wel, uw Noord-Limburg ligt aan de bovengrens, mijn Westhoek ligt aan de benedengrens. Twee regio’s die heel goed weten wat het is om een ‘grensgeval’ te zijn, maar die ook een rol spelen in de ontgrenzing van het land. Wij sluiten ons niet af binnen de grenzen, niet binnen de grenzen van ons land en ook niet binnen de grenzen van ons gelijk.

Ik ben op de derde plaats blij om hier te zijn, omdat een gemeente een belangrijk bestuurlijk niveau is. Ons land telt 589 gemeenten. Dat wil zeggen dat op 589 plaatsen de politiek en de overheid dicht bij de mensen komen. Het gemeentelijke niveau is de laagste maar tegelijk de dichtste schaal van bestuur. De gemeente is de schaal waar de politiek in de directe leefwereld van de mensen komt, daar waar ze ‘wonen’.

In onze mobiele samenleving is de plaats waar mensen gaan wonen geen automatische aangelegenheid. Vroeger woonde je waar ook je ouders en grootouders woonden en werkten. Vandaag is de woonplaats vaak een keuze: omdat die gemeente dichter bij je werk ligt of omdat de plek je aanstaat. Een gemeente en een stad worden onderwerp van concurrentie: hoe trekken en binden ze inwoners, toeristen, bedrijven en investeerders?

 Een gemeente moet zich weten te onderscheiden van alle andere. Het komt er op neer de sterke punten van de gemeente te matchen met de behoeften en de wensen van de mensen. Die behoeften zijn samen te vatten in vier w-woorden: wonen, werken, winkelen en wandelen. Als die vier harmonieus samengaan, heb je een toffe gemeente en een aantrekkelijke stad.

 Hamont-Achel heeft begrepen dat citymarketing een nuttig instrument is om de stad te promoten en maakte er een integraal onderdeel van de gemeentelijke beleidsplannen van. Citymarketing is onderdeel van het beleid voor wonen, werken, winkelen en wandelen.

 Citymarketing heeft tot doel de aantrekkelijkheid van een stad te verhogen in twee richtingen: naar buiten en naar binnen. Goede citymarketing is gericht op de potentiële bezoeker, ondernemer en investeerder, maar heeft eveneens oog voor de levenskwaliteit van de eigen bevolking. Zonder plaatselijk draagvlak en zonder lokaal profijt werkt citymarketing niet. Niet voor niets investeert deze gemeente
 

  •  in de dynamische ontwikkeling van de detailhandel en de creatie van zones van handel, wonen en werken,
  •  in bewust en milieubewust ondernemen,

in de samenwerking met de buurtgemeenten op het vlak van veiligheid in het algemeen en integrale veiligheid van ondernemers in het bijzonder.

 

Als buitenstaander zie ik drie sterke punten van deze ‘tweepolige’ gemeente. Ik vat ze samen in drie bijvoeglijke naamwoorden:
 

  • Hamont-Achel is ‘groen’, wat goed is voor het toerisme en de rust (met een trappist van de Achelse Kluis in de hand),
  • Hamont-Achel is ‘industrieel’, want het heeft niet minder dan zeven industrieterreinen,
  • Hamont-Achel is ‘excentrisch’, want het is gelegen in een bovenhoek van ons land.

     

Hamont-Achel weet het onverzoenlijke te verzoenen: ‘groen’ met ‘industrieel’, maar ook ‘excentrisch’ met ‘centraal’. Want door haar ‘excentrische’ ligging binnen België bevindt Hamont-Achel zich heel ‘centraal’ in het industriële hart van Europa, de zogenaamde Europese Pentagon. Binnen een straal van 150 kilometer liggen de havens van Rotterdam en Antwerpen, en bevindt zich het industriële Ruhrgebied. Van hieruit is het 100 kilometer naar Brussel en Aken, 150 kilometer naar Amsterdam en Keulen, en 250 kilometer naar Luxemburg. Hier  begrijp je dat een mens niet alleen tot een land behoort, maar ook tot de ruimere gemeenschap Europa. De ervaring hier leert dat er niet alleen zoiets bestaat als een nationale identiteit maar dat er ook belangrijke overeenkomsten tussen landen zijn.


Grensoverschrijdend bezig zijn zit in het bloed van deze gemeente: ik moet maar herinneren aan de vroegere ‘teuten’, de rondtrekkende handelaars die hier woonden maar hun klanten hadden in Nederland en Duitsland.


Deze in de cultuur van deze gemeente gewortelde grensoverschrijdende identiteit behoort tot de creatieve potentie van Hamont-Achel. “Creativiteit wordt mogelijk gemaakt en mede bepaald door de context”, schreef de stadssocioloog Charles Landry in zijn boek ‘The Creative City’. Die context is voor Hamont-Achel de ligging tegen de grens met Nederland. Bovendien ligt Hamont-Achel in de Euregio Benelux Middengebied die, centraal gelegen in het bedrijvige hart van Europa, gekenmerkt is door een gevarieerde en hooggekwalificeerde arbeidmarkt, talrijke moderne bedrijventerreinen en een hoog ontwikkelde kennisinfrastructuur (in deze Euregio bevinden zich niet minder dan zes universiteiten)
 

Samen met de Euregio Scheldemond maakt de Euregio Benelux Middengebied deel uit van de Grensregio Vlaanderen-Nederland, waarvoor het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) voor de periode 2007-2013 zo’n 95 miljoen euro ter beschikking stelt om grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen en om barrières weg te nemen.


Graag wil ik wijzen op het belang van de bekendheid en de zichtbaarheid van grensoverschrijdende samenwerking. Veel van dergelijke samenwerking komt tot stand op papier en op bestuurlijk niveau. De ‘uitdraging’ naar de burger blijft hierbij vaak achter. Het gevolg is dat veel van het fantastische werk onzichtbaar blijft voor de mensen, tot wier profijt het uiteindelijk toch is bedoeld.


Zichtbaar in Hamont-Achel is alvast de samenwerking met de brandweer van de Nederlandse gemeente Cranendonck. En zichtbaar aan de overzijde in Cranendonck wordt straks de samenwerking met de ambulancedienst van het Rode Kruis van hier.


Het optimaal inzetten van nabij maar over de grens gelegen middelen is een evidentie, als landsgrenzen geen slagbomen meer hebben. Voor de veiligheid, maar ook voor de bescherming van het leefmilieu en voor de technologische en economische ontwikkeling bestaat steeds meer de noodzaak om over de grens te kijken.

Grensoverschrijdende samenwerking dient een doel: de positie van de grensregio versterken ten aanzien van de andere regio’s van het land. Zonder grensoverschrijdende samenwerking wordt de excentrische ligging inderdaad een uithoek. Eenmaal men de stap van samenwerking over de grens heeft gezet, wordt de excentrische ligging een centrale ligging.

Grensoverschrijdende samenwerking begint met uitwisseling van informatie op bestuursniveau, waarna ze daadwerkelijke gezamenlijke dienstverlening wordt: Nederlandse brandweerlieden komen in Hamont-Achel blussen, Belgische ambulanciers brengen Cranedonckse zieken naar het ziekenhuis. Vervolgens worden over de landsgrenzen heen gezamenlijke strategieën ontwikkeld.

De vraag is: kan grensoverschrijdende samenwerking op bestuurlijk niveau nog verder gaan, want dan moet je als lokale overheid misschien je zeggenschap over je middelen loslaten (wat wel in de marksector kan)?

Zeker is dat gezorgd moet worden dat er voldoende “bestuurlijk weefsel” rond de grensoverschrijdende samenwerking ontstaat, zodat de samenwerking ook door kan gaan als het Interreg IV-programma ten einde loopt. Goede samenwerking aan beide zijden van de grens hangt af van de bestuurlijke wilskracht en de administratieve betrokkenheid van de lokale overheden.

Grensoverschrijdende samenwerking is echter niet alleen gebaat bij meer politieke aandacht, ze is ook gebaat bij meer publieke aandacht. Anders gezegd, even belangrijk is de vraag of de burger zich betrokken voelt, zodat de grensoverschrijdende samenwerking niet alleen een zaak blijft van politici, overheden en ambtenaren, maar binnendringt in de leefwereld van de mensen. Zodat dezen zich, om het met een lelijk neologisme te zeggen, ‘Euregionaren’ voelen. Een zitting als deze is daar alvast een goed signaal voor.
 

Yves Leterme

»
  • Home
  • Webmaster
  • Contact