Toespraak bij de huldiging van de windturbinefundering op de Thorntonbank van C-Power (Noordzee)
25/04/2008
Ik ben blij om op deze belangrijke gelegenheid aanwezig te zijn. En dat doe ik allereerst in mijn hoedanigheid van minister van de Noordzee. De bouw van het windturbinepark op de Thorntonbank is immers een belangrijk uitbreiding van de veelzijdige betekenis van de zee, in het bijzonder van onze Noordzee. Een zee lijkt een eindeloze uitgestrektheid van leegte en rust, behoudens een boot in de verte en het gedruis van de golven. Maar schijn bedriegt. De zee, in het bijzonder onze Noordzee, is een en al bedrijvigheid.
Met de fundering van het windturbinepark van C-Power op de Thorntonbank, wordt een nieuwe en belangrijke stap gezet op weg naar een duurzame en milieuvriendelijke energieproductie. Deze stap is des te belangrijker, omdat het project deel uitmaakt van een geheel van windparken op drie zandbanken in ons continentaal plat.
Voor België is dit een primeur, want hiermee zal voor de allereerste keer Belgische offshorewindenergie worden geproduceerd. Maar het is meer dan een Belgische primeur. Nederland, Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk bouwden al windturbines in zee, maar voor het eerst komt een windmolenpark zo ver in zee, 27 km voor de kust. De windmolens worden er bovendien ingeplant op een recorddiepte van 30 meter onder de zeespiegel. De turbines hebben een vermogen van 5 megawatt elk. We winnen drie keer op rij.
De 60 windturbines van 5 megawatt, waarvan de eerste zes deze zomer worden geïnstalleerd en tegen 1 oktober elektriciteit zullen leveren, moeten groene elektriciteit produceren voor zo’n 600.000 mensen. Dat is 6 procent van het gehele energieverbruik van de gezinnen in België.
Ons energiebeleid is toekomstgericht en pragmatisch. Windenergie krijgt daarin een belangrijke, maar realistische plaats. Zonder realisme ter zake gaan we een debacle tegemoet. Ons energieverhaal moet een en-en-verhaal zijn, want onze energie moet veilig, betaalbaar en betrouwbaar blijven. Energie is een basisbehoefte voor de economie en voor de huishoudens. Energie moet dus voldoende aanwezig zijn én betaalbaar blijven, voor iedereen: voor de economie en voor de mensen.
Heel belangrijk daarom is het te investeren in een duurzame energiehuishouding. Een duurzame energiehuishouding bestaat uit drie pijlers:
- ten eerste minder energie gebruiken: daar kunnen de mensen wat aandoen;
- ten tweede het realiseren van niet-duurzame energieopwekking op een meer milieuvriendelijke manier;
- ten derde ervoor zorgen dat een deel van de energie uit alternatieve, dit wil zeggen hernieuwbare bronnen komt. Het antwoord op die laatste eis is, om het met Bob Dylan te zeggen, “blowin’ in the wind”.
Hiermee wordt ook bewezen dat de verzekering van voldoende energie en de zorg om het klimaatsbehoud geen tegengestelden hoeven te zijn. In het project “de Lente van het Milieu”, dat minister Paul Magnette vorige week lanceerde, is duurzame energie terecht een van de grote thema’s. De federale regering wil met de “Lente van het Milieu”, samen met de andere overheden, het debat met het brede publiek hierover op gang trekken.
De energieproductie door C-Power alleen al staat voor één zesde van ons te realiseren totaalaandeel hernieuwbare energie. Samen met de andere op stapel staande projecten van offshorewindenergie zouden wij de helft van onze hernieuwbare energiedoelstelling tegen 2010 kunnen realiseren. De federale regering zal het bereiken van dit streefdoel ondersteunen met een ambitieus en doeltreffend beleid ten aanzien van investeringen in de sector.
Ook de verbetering van de technologie voor de productie van groene energie, meer bepaald van windenergie, speelt een belangrijke rol.
Volgens Ralf Bischof, zaakvoerder van de Duitse Bundesverband Windenergie, daalde de productiekost van een kilowattuur windenergie sinds 1990 met 55 procent en zal het kostenplaatje van de windenergie uiterlijk 2015 competitief zijn. Het is dan ook geen wonder dat het gebruik van windenergie op wereldschaal in de voorbije tien jaar jaarlijks met zowat 30 procent toenam.
Deze maand stak de globale windenergiecapaciteit de magische grens over van 100.000 megawatt geïnstalleerde capaciteit. Europa investeerde vorig jaar het meest in windenergie; de Europese windenergie-investeringen waren goed voor 40 procent van de wereldwijde aangroei in 2007.
De grootste windturbineparken van Europa liggen in Denemarken, Spanje en Duitsland. Dat laatste land is met zijn vermogen van 22.247 megawatt de grootste windnatie. België is op dat vlak een klein broertje. De mogelijkheden op het land zijn in ons dichtbevolkte België immers beperkt. Maar des te meer mogelijkheden biedt onze Belgische Noordzee.
De windenergieprojecten in de Belgische Exclusieve Economische Zone – op de Bligh Bank, op de Bank Zonder Naam en niet op z’n minst op de Thorntonbank – zorgen ervoor dat windenergie ook bij ons een almaar belangrijker plaats gaat innemen. Het zet België definitief op weg om aan de Europese doelstellingen te voldoen.
De 60 windturbines van C-Power komen op een zandbank die de naam draagt van een beroemde Britse maritieme cartograaf uit de achttiende eeuw, John Thornton. Zijn English Pilot van zeekaarten was lange tijd de ‘bijbel’ van de zeevaarder. Mag ik, inspelend op de naam van de bank waarop C-Power zijn park bouwt, besluiten dat met de bouw van dit windmolenpark op de Thorntonbank ons land zich plaatst op de wereldkaart van de windenergie?
In mijn hoedanigheid van minister van de Noordzee mag ik vandaag deze substantiële bijdrage tot onze toekomst bezegelen met de verlening van de nodige machtiging en vergunning voor de bouw en de exploitatie van het offshorewindpark van C-Power. Vandaag is duidelijk geworden: windmolens zijn geen luchtkastelen; ze reiken wel hoog in de lucht, maar dat doen ze om wind om te zetten in energie. Mocht Cervantes vandaag leven, hij zou Don Quichote niet tegen windmolens doen vechten, maar hem tewerkstellen op de Thorntonbank.
Ik wens C-Power de wind in de zeilen, of liever de wind in de wieken.
Yves Leterme
Meer foto's