Onbemande vliegtuigen tegen zeeverontreinigingen
25/04/2008
Samen met mijn collega-minister Pieter De Crem bevoegd voor Defensie, onderteken ik in de hoedanigheid van minister van de Noordzee, vandaag een protocolakkoord tussen Defensie en de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu aangaande de inwerkingstelling van de onbemande vliegtuigen (UAV’s, Unmanned Aerial Vehicle) in het kader van het toezicht op en de strijd tegen zeeverontreinigingen.
1) Met dit protocol kunnen de onbemande vliegtuigen van Defensie mee ingezet worden voor het toezicht op de vervuiling van onze Noordzee. De onbemande vliegtuigen van het type B-hunter van Defensie zijn in staat om langdurige verkenningsvluchten uit te voeren boven zee, waarbij, op discrete wijze, foto’s en filmopnames kunnen gebeuren van grote zones in de Noordzee. Het 80e squadron van Elsenborn heeft al een grondige kennis en ervaring opgedaan bij opdrachten voor de politie en andere burgerautoriteiten. Voor de in het protocolakkoord beoogde opdrachten zullen de B-Hunters opereren vanuit de luchtmachtbasis van Koksijde en dit op ongekende en onregelmatige tijdstippen.
Door deze gezamenlijke actie kan tegelijkertijd Defensie haar oefenterrein voor militaire training uitbreiden en worden de luchttoezichtsactiviteiten voor de opsporing en de voorkoming van zeevervuiling sterk ondersteund. De prestaties die Defensie in het kader van dit protocol levert, worden niet gefactureerd, voor zoverre de geleverde steun binnen het kader van de voorziene vliegplanning voor de trainingsactiviteiten valt. Het is een mooi voorbeeld van een samenwerking tussen verschillende overheidsdiensten die voor beiden een win-win oplevert én ook onze bevolking ten goede komt. De uitbreiding van de controle op onze Noordzee heeft immers door de verhoging van de pakkans een ontradend effect op de potentiële vervuilers. Op die manier kunnen we het aantal illegale lozingen beperken en verminderen we ook de grote kosten die gepaard gaan met de zeevervuiling.
Dat de overheidscontroles op zee duidelijk ontradend werken, blijkt uit de vaststelling dat het aantal opgemerkte illegale lozingen op zee de laatste jaren duidelijk terugloopt. Daar waar in de jaren ’90 jaarlijks ongeveer 50 olielozingen werden opgemerkt, zijn er sinds 2000 jaarlijks nog slechts een dertigtal lozingen opgemerkt. Ook het totale volume van de lozingen loopt terug. En dit terwijl het scheepvaartverkeer de laatste 10 jaar verdubbeld is, de schepen ook steeds groter worden, en de ladingen die deze schepen vervoeren, steeds diverser. Hierdoor zijn de risico’s op zee ook enorm toegenomen. Snelle, flexibele en doeltreffende controlemiddelen zijn dus meer dan nodig. Door de uitbouw van een optimale interventiecapaciteit wordt de kans dat vervuilers op zee effectief veroordeeld worden tot het betalen van boetes verhoogd en kunnen de bijhorende zeer hoog oplopende interventiekosten ook daadwerkelijk op de vervuilers verhaald worden. Ook in de gevallen van onopzettelijke lozingen, zoals bij scheepsongelukken, denk maar aan de Tricolorramp in 2003, maar ook kleine ongelukken, kan een snelle interventie helpen om de dreiging van de vervuiling snel in te schatten zodat ook de geschikte pollutiebestrijdingsmaatregelen zeer snel bepaald kunnen worden.
2) Naast het inschakelen van deze onbemande vliegtuigen, is het gebruik van helikopters voor het controletoezicht op zee ook nieuw vanaf dit jaar.
Tot nu toe werd er een speciaal uitgerust staatsvliegtuig van de BMM uitgestuurd voor patrouillevluchten voor een totale vliegtijd van ongeveer 220 uren per jaar boven de Belgische Exclusieve Economische Zone van de Noordzee. Het zijn ook militaire piloten die dit vliegtuig bemannen en speciaal opgeleid zijn om de doelen op zee in alle veiligheid te benaderen, ongeacht of het om een schip of de eigenlijke vervuiling gaat. Hiermee kunnen de specialisten van de BMM aan boord de waargenomen olievlekken identificeren en evalueren. Het enige nadeel van dit vliegtuig is dat het twee uur kan duren om op te stijgen na de alarmering en dus weinig reactief kan ingezet worden. Daarom worden er sinds eind 2007 ook helikopters gehuurd, die weliswaar niet geschikt zijn voor lange patrouillevluchten maar wel beter kunnen reageren en kort en gericht kunnen uitgestuurd worden. Op 15 minuten kunnen de helikopters die steeds stand-by staan, boven zee zijn. Sinds november werden deze toestellen al gebruikt voor een totale vliegtijd van 9 uren aan een kostprijs van ongeveer 3.500 euro per uur. Het is mijn bedoeling om dit jaar voor het eerst een 50-tal dergelijke vlieguren te reserveren. De onbemande vliegtuigen zouden volgens de trainingsplannen van Defensie kunnen ingezet worden voor een 100-tal vlieguren dit jaar, gratis – in het andere geval kosten deze uren elk 3300 euro –, dankzij de bezegeling van de samenwerking met mijn collega Pieter De Crem vandaag.
We voorkomen liever dan genezen, maar het lijkt mij weinig zinvol te zijn om de lozingen in zee op te sporen zonder ook behoorlijk te investeren in het ‘opruimen’ van de vervuiling. Voor het verwijderen van vuile vlekken zoals olie op zee, worden er drijvende dammen en pompen gebruikt. Wegens veroudering van dit materiaal, voorzie ik een bedrag van meer dan 400.000 euro voor de aankoop van nieuwe, efficiënt pllutiebestrijdingsmateriaal.
Ik wil werk maken van een écht Noordzeebeleid, omdat we meer dan ooit ons maritieme milieu moeten beschermen. Immers, de activiteiten op zee nemen zienderogen toe. Niet alleen het scheepvaartverkeer wordt intensiever, maar ook andere, nieuwe activiteiten vinden plaats op onze zee. Denk maar aan de allereerste windmolens die binnenkort boven de Noordzee zullen uitsteken. De lucht boven de zee wordt drukker door de onbemande vliegtuigen en de helikopters, maar ook op de zee zelf wil ik een goed gecoördineerd beleid voeren dat al de menselijke activiteiten verzoent met de natuurwaarden in de zee.