05/04/2010: Aankomst Seoul met ontmoeting Zuid-Koreaanse president
Het vertrek viel op een wat vervelend tijdstip: midden in de Ronde van Vlaanderen. Gelukkig kon ik de wedstrijd in de wagen blijven volgen. Jammer voor Tom Boonen maar hij is op zijn waarde geklopt door de beste renner in koers. Hopelijk krijgen de Belgen zondag in Roubaix hun revanche.
Mooi op tijd kwam ik zondag aan in Schiphol. Wie vanuit ons land naar Zuid-Korea of Japan wil vliegen, is op Frankfurt of Schiphol aangewezen. Hopelijk kan er binnen afzienbare tijd weer vanuit Brussel rechtstreeks op (één van) die bestemmingen gevlogen worden. Het zou goed zijn voor de nationale luchthaven en voor de werkgelegenheid daar. Misschien kan de reis die ik aanvat een extra steuntje zijn om luchtvaartmaatschappijen over de streep te trekken.
De vlucht verloopt vlekkeloos. Ik slaag erin om enkele uurtjes te slapen. Bij aankomst in Seoul is het weer wat beter dan voorspeld. Droog en een goede 10 graden.
We vertrekken met de delegatie meteen naar de Memorial Tower op het National Cemetery voor een korte plechtigheid en een kranslegging. Ons land heeft duidelijk een streepje voor in Zuid-Korea omdat we troepen leverden voor de Koreaanse oorlog van 60 jaar geleden. De strijd tegen het communisme blijkt noodzakelijk en succesvol geweest te zijn: Zuid-Korea is de 13e economie ter wereld terwijl in het communistische Noord-Korea mensen nog moeten vechten om te overleven.
Ik logeer samen met de delegatie en de meegereisde pers in het Grand Hyatt Hotel. Voor het vertrek naar het War Memorial Museum neem ik de tijd om de journalisten te briefen over het opzet van deze reis. Ons land is in oktober gastland voor de ASEM-top, een ontmoeting tussen Europese en Aziatische landen. De landen die ik deze week bezoek – Zuid-Korea en Japan – zijn economisch van groot belang. Investeringen van Belgen in die landen of Koreaanse of Japanse investeringen in ons land: beide creëren ze jobs. De sector van de groene energie opent bijvoorbeeld veel mogelijkheden voor samenwerking tussen beide landen.
Het bezoek aan het War Memorial Museum doet me uiteraard denken aan Ieper. Vooral de gaanderij bij de ingang doet denken aan de Menenpoort. Het is wel vreemd om hier namen van bij ons op de muur te lezen, terwijl op de Menenpoort hoofdzakelijk Engelse namen staan.
De ontmoeting met President Lee Myung-bak verloopt uiterst constructief. De President bedankt ons land voor de hulp die we tijdens de oorlog geboden hebben. Hij wijst erop dat we het op bijna alle punten die aan bod komen eens zijn en wil de relaties met ons land versterken, onder andere via economische samenwerking.
Ik nodig hem uit voor de ASEM-top in ons land en vraag hem om met Zuid-Korea bij te dragen aan de tentoonstelling ‘A passage to Asia’ die we aan het organiseren zijn. Ik meld hem ook dat België zal deelnemen aan de internationale tentoonstelling in Yeosu in 2012 met als thema water.
Bijzondere aandacht vraag ik voor het Myrrha-project. De federale regering engageerde zich laatst nog om hierin fors te investeren, maar het SCK-CEN in Mol zoekt nog andere investeerders. De President toont zicht uitermate geïnteresseerd.
’s Avonds schuiven we mee aan tafel bij de President. Het Zuid-Koreaanse eten is licht, lekker en gezond. Het diner vindt plaats in een traditioneel gebouw in de tuinen van het presidentieel paleis. Om het gebouwtje te betreden, moeten de schoenen eerst uit. Het protocol is in elk land anders. Mijn medewerkster Marilyn Neven heeft op dat vlak de touwtjes goed in handen.
Terug in het hotel brief ik de journalisten over de gesprekken met de President. Daarna is het tijd om de jetlag weg te slapen. Voor het slapengaan, zie ik een verslag van ons bezoek aan de President. Nu maar hopen dat ook Koreaanse investeerders het item gezien hebben.