Discours de clôture CFDD-Forum sur la politique énergétique à long terme
13/11/2008
CO 2 reduceren in 2050? Vooruitzien is nodig, “gouverner, c’est prévoir”. Bij uitstek in het klimaatdossier. De impact van de mens op het leefmilieu is zo determinerend dat we vandaag beslissen over hoe gezinnen, bedrijven en overheden de komende decennia zullen moeten handelen. We zijn een deel van de natuur en ondergaan ook haar wetten; soms gaat de natuur zo fel tekeer dat we haar niet in bedwang kunnen houden (zoals bij natuurrampen). De aarde weegt dus op de mens, maar de mens weegt ook op de aarde. De Amerikaanse journalist Andrew Revkin schreef in 1992 dat we in een nieuw geologisch tijdperk zijn terechtgekomen: hij noemde het ‘het anthroceen’ waarbij de aarde de vernietigende invloed ondergaat van de mens. In dat licht moeten wij op vandaag het te sluiten akkoord zien van de 27 lidstaten van de Europese Unie over een uitstootreductie van 20 of 30 procent tegen 2020. De komende weken bereiken de onderhandelingen over het EU-energie- en klimaatpakket de cruciale fase. De vrees om te ambitieuze of te dure engagementen aan te gaan, zit er bij een groot aantal lidstaten diep in, bij sommigen extra aangewakkerd door de financiële crisis. Ook voor België betekent het pakket een aanzienlijke uitdaging. In het jaar 2020 alleen al zal de aanpassing van het energiesysteem een kost van 0, 85% van het BBP of 3, 5 miljard Euro bedragen. Het gaat uiteraard om investeringen met een belangrijke return en meerwaarde voor een gezond klimaat. Ik geloof er ten volle in dat we moeten doorgaan en dat we een voldoende ambitieuze doelstelling voor 2020 moeten formuleren, als een geloofwaardige tussenstap naar 2030, 2050 of later. Investeringen in de groene economie, in werkgelegenheid in deze sector en in nieuwe initiatieven kan ons immers helpen het economisch weefsel tegen de gevolgen van de financiële crisis te beschermen. Namens België zal ik ijveren voor het welslagen van het akkoord in december. Ook volgend jaar in Kopenhagen moet er een internationaal klimaatakkoord worden afgesloten. Aangezien de uitstoot van de EU in 2020 nog slechts ca 10% van de wereldwijde uitstoot zal bedragen, blijven eenzijdige Europese engagementen een nobel vechten tegen de bierkaai. -België: waar staan we met onze reductie van emissies vandaag? Partons d’abord des faits. En 2006, la Belgique était, avec des émissions en CO2 s’élevant à 13 tonnes par habitant, le septième émetteur par tête de toute l’Union européenne, tout en étant de surcroît le quatrième de l’UE-15. En outre chaque euro du PIB de la Belgique correspond à une émission de 432 grammes de CO2, soit près d’un demi-kilo. Néanmoins, nous avons enregistré des progrès : ainsi, en 1990, les émissions belges étaient encore de 6 % supérieures. L’objectif de Kyoto consistant à les réduire de 7,5 % d’ici à 2012 sera atteint – c’est ce que confirme l’Agence internationale pour l’Environnement – contrairement à des pays tels que le Danemark, l’Italie, l’Espagne et la Suisse. Nous sommes donc sur la bonne voie : les mesures d’efficacité énergétique pour essentiellement au niveau régional ont porté leurs fruits. -Waar moeten de klemtonen liggen voor de komende jaren? Ce matin, mon collègue, Ministre Magnette a parcouru avec vous les mesures à prendre à long terme. Pendant la journée, vous avez eu la chance de discuter au fond ces mesures. Ik zou u allen willen danken voor deze belangrijke en waardevolle oefening. Ik kijk ernaar uit om het verslag van deze dag te in detail te kunnen vernemen. Ik wil niet in herhaling vallen. Ik zal een aantal cruciale aandachtspunten meegeven en focussen op een voor België uitdagend dossier. 1: aandacht voor competitiviteit van de industrieUne partie de notre industrie (dans les deux régions du pays) qui a fait la grandeur de notre pays et a contribué à la création d’emploi et de prospérité, appartient à la « branche des industries énergivores », soit la pétrochimie, l’industrie chimique, l’industrie de l’acier et du ciment. A l’heure actuelle, ces entreprises énergivores ont déjà atteint un degré élevé d’efficacité énergétique. Par conséquent, un règlement juridiquement bien fondé en ce qui concerne le ‘carbon leakage’ est d’ une grande importance au niveau européen. Ce règlement devra préserver la compétitivité internationale de notre industrie. Je m’engage pour trouver des solutions adéquates dans le cadre des négociations sur le paquet climat-énergie. 2: een ideale energiemixBelgië moet dringend zijn energiemix afstemmen op de uitdagingen, met in het achterhoofd: bevoorradingszekerheid , klimaatgevolgen en betaalbaarheid. De regering is zich bewust van haar verantwoordelijkheid en zal nog in 2009 beslissen over de energiemix. De Federale Raad Duurzame Ontwikkeling, u met andere woorden, krijgt hierbij een belangrijke rol. De Raad zal het voorlopig rapport van expertenpanel bespreken. Nog in 2009 zullen de eerste beslissingen worden genomen. Het Planbureau berekende dat tegen 2030 de uitstoot van CO2 in België met 30 procent zou stijgen door de sluiting van de kerncentrales. In het licht hiervan moet de rol van kernenergie in onze energiemix worden geëvalueerd. Maar het vraagstuk gaat verder dan de toekomst van kernenergie alleen. Slechts 2 procent van onze totale energieconsumptie komt uit Belgische hernieuwbare bronnen. Tegen 2020 moeten en kunnen we dit aanzienlijk verhogen. Tegelijk moeten we beseffen dat de aardrijkskundige omstandigheden in ons land voor het gebruik van zon of wind als hernieuwbare energiebronnen minder gunstig zijn dan in Frankrijk, Nederland of Noorwegen. Onze marginale kost ligt hierdoor duidelijk hoger. Het zal dus van belang zijn dat we van de Europese Commissie de nodige flexibiliteit kunnen verkrijgen voor het behalen van de doelstellingen. 3: Onderzoek aanhoudenHet programma “De wetenschap voor duurzame ontwikkeling” omvat 71 projecten over specifieke onderzoeksthema’s. Het programma, in een samenwerkingsakkoord met de Gewesten, is goed voor een federaal budget van 65 miljoen euro. De federale regering investeert in dit verband reeds vijftien jaar in onderzoek naar klimaat en duurzame ontwikkeling en moet dit ook aanhouden. 4: het dossier CCS: kansen voor België? Ik zou vandaag uitgebreid willen stilstaan bij een dossier waarover op dit moment in België nog niet vaak wordt gesproken. Het zou nochtans voor ons land uitdagende kansen kunnen bieden, post 2020. Tijdens de Europese Top van december is het ook één van de 4 pijlers van het klimaat- en energiepakket.Ik heb het over de zogenaamde «afvang en opslag van CO2, », «la capture et le stockage du gaz à effet de serre». In het Engels spreken we van « carbon capture and storage » , ofwel «CCS». Le CCS est une technique qui, grosso modo, se compose de trois éléments : 1) la capture de grandes quantités de CO2 émis par des entreprises ou des centrales électriques ; 2) le transport du gaz à effet de serre capturé vers un site de stockage à proximité; 3) l’injection de ce gaz dans le sous-sol. Tant le GIEC que l’Agence Internationale de l’Energie (AIE) considèrent le CCS comme indispensable étant donné que les mesures ‘traditionnels’ pourraient être en défaut à moyen terme. Le CCS est donc appelé à créer une plus-value en tant que technologie de transition d’ici 2050. Bovendien blijkt uit de impactanalyse voor het klimaatpakket van de Europese Commissie dat, in de veronderstelling dat CCS verplichtend zou worden, vier landen instaan voor 73 procent van de afvang van CO2: Polen, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en… België! Grondig nadenken over de opportuniteit en haalbaarheid van dit systeem voor België lijkt dan ook aangewezen. CCS is een nieuwe, relatief onbekende technologie, maar wordt wereldwijd onderzocht en al experimenteel toegepast. Een aantal vragen moet nog worden opgehelderd, meer bepaald over kwaliteitscontrole, effecten op het milieu en volksgezondheid, en niet op z’n minst de afweging van kosten en baten. Een van de factoren die CCS rendabel moet maken, is alvast de prijsevolutie van de emissierechten. De prijs van koolstof zal voldoende duur moeten zijn om van CCS een aantrekkelijke optie te maken. Een twee jaar durend project van het Federaal Wetenschapsbeleid nam de techniek voor België onder de loep. Hieruit blijkt dat op Belgisch grondgebied diverse installaties van grote uitstoters in aanmerking komen voor afvang (het aantal installaties en de afgevangen tonnage zijn nog te preciseren). Daarnaast is het niet uitgesloten dat België, gezien zijn steenkoolverleden, de gepaste geologische ondergrond heeft voor opslag: het gaat over steenkoollagen op een diepte van 800 meter tot 1 kilometer. Een andere mogelijkheid zijn de ondergrondse zoutwaterreservoirs. Maar zelfs indien de bodem niet geschikt blijkt, mogen we geen opties uitsluiten en moeten we over onze grenzen durven kijken. La directive CCS constitue l’un des quatre grands fondements au sein du paquet européen climat et énergie actuellement débattu. Contrairement aux autres directives du pacquet, il s’agit ici d’une directive « d’habilitation », ce qui signifie qu’il faudra prêter la main aux Etats membres, via un cadre européen, pour qu’ils puissent, à terme, opter pour le CCS. Douze projets de démonstration, estimés à un coût de 1 à 1,2 milliards d’euros par projet et répartis à l’échelle européenne doivent fournir, d’ici 2020, suffisamment de connaissances pour que l’on puisse investir, après 2020, dans cette technique. Of CCS dé toekomst wordt in België, weten we nu niet. De boodschap die ik vandaag wil geven, is dat België moet openstaan voor deze nieuwe technologie en er desgevallend in investeren. CCS zal voor België geen voorwendsel zijn om zijn acties voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen te staken. CCS is deel van een en-en-verhaal en kan als overbruggingstechnologie naar 2050 een meerwaarde betekenen. Europa moet ons het kader aanreiken. Mogelijks biedt samenwerking met buurlanden goede perspectieven, ik denk aan Nederland. Op de Europese Top in december zal ik dan ook pleiten voor een maximale toegang tot sites in andere landen. Ik wil besluiten met de woorden waarmee ik begon: “Gouverner, c’est prévoir”. Maar men kan het ook omgekeerd stellen: “Prévoir, c’est gouverner”. Vooruitzien geeft ons kansen en inzichten. Vooruitzien geeft ons de mogelijkheid om het onbeheersbare te beheersen. Energieminister Magnette willen vandaag de boodschap gegeven dat we aan dit lange termijn denken volop willen meewerken. Dat we op vandaag de fundamenten voor morgen willen leggen. Uw reflecties zullen ons daarbij helpen. En samen zullen we al onze energie - in de betekenis van menselijke capaciteit dan- moeten aanwenden voor een duurzame energie en voor de generaties van morgen. Yves Leterme