65e anniversaire du soulèvement du ghetto de Varsovie et du 65e anniversaire du 20e convoi Malines-Auschwitz
13/04/2008
Allocution du Premier Ministre Yves Leterme, prononcée à l'occasion du 65e anniversaire du soulèvement du ghetto de Varsovie et du 65e anniversaire du 20e convoi Malines-Auschwitz
Aujourd’hui, nous commémorons deux événements : l’insurrection du Ghetto de Varsovie et l’arrêt à Boortmeerbeek du XXe Convoi de Déportés Juifs. Ces événements, bien que distincts, sont unis par la même date : le 19 avril 1943. Mais, les deux événements ne sont pas seulement liés par une même date. Ils sont également liés par une même émotion : non à la barbarie, non à la division des gens, non au nous contre vous. Les deux événements, l’un en Pologne et l’autre en Belgique, sont liés par le même courage : à Varsovie le courage des victimes, à Boortmeerbeek le courage des héros de la résistance qui ont pris fait et cause pour les victimes. Le courage de la dignité.Le souvenir durable de la Shoa est à la fois un destin et un devoir. Il est le « destin » de tous ceux qui en ont été témoins : les survivants, les membres des familles des victimes, les proches … Ils ne peuvent l’oublier. Mais le souvenir n’est pas seulement leur sort, il est le sort de chacun d’entre nous : cette page noire du siècle précédent est gravée à jamais dans le livre de notre histoire. Nous ne pouvons tout simplement pas tourner la page. Parce que nous ne pouvons pas oublier qu’il y a également des gens de chez nous qui y ont collaboré, le plus souvent par lâcheté… ou par objectivité imprévoyante : pour que notre société puisse continuer à être « administrée ». Il serait néanmoins injuste de seulement mettre l’accent sur les erreurs et les faux pas. Il serait injuste vis-à-vis de ces Belges qui ont pris la défense de leurs semblables juifs. Par cette commémoration de l’arrêt du vingtième convoi nous commémorons pas seulement l’audace de ces trois jeunes gens qui avaient arrêté le train ce lundi, le 19 avril 1943. Nous commémorons le courage de toutes les femmes et de tous les hommes qui ont caché des Juifs, nous commémorons l’humanité de tous ces citoyens et tous ces membres de la Résistance qui – seuls ou avec l’aide de leur famille, d’écoles, de couvents ou de l’administration – ont sauvé la vie d’hommes, de femmes et d’enfants juifs ou ont apporté un soutien moral ou matériel à eux.Le souvenir de ce que la population juive a subi est également un « devoir ». « Über Auschwitz wächst kein Gras – Auschwitz ne s’effacera jamais ». Ces paroles ont un sens profond : pour les survivants et les proches des victimes, la Shoa ne peut pas seulement être vue comme un événement du passé, elle doit rester un souvenir du présent. ---Ook voor de niet-jood is de herinnering een plicht. Toen Martin Buber in 1952 de vredesprijs van de Frankfurter Buchmesse ontving, hield hij een pleidooi voor verzoening met de woorden: “Versöhnung geschieht durch Erinnnerung.” Hij richtte die woorden als Jood allereerst tot de Joden, maar ze waren ook voor de anderen bestemd. Ook voor hen die geen slachtoffer waren en geen familie van slachtoffers zijn, geschiedt verzoening door herinnering; want door te ‘her-inneren’ krijgt de verzoening een toekomstperspectief: dat zoiets nooit meer mag gebeuren, niet aan de Joden en ook niet aan anderen. Herinneren laat ons toe om de last van de geschiedenis te aanvaarden en mee te dragen uit het verleden, over het heden, naar de toekomst. Immers, wie het verleden kwijt is, is gedoemd om het over te doen. We wensen te herinneren zodat de ‘her-innering’ ‘in’ ons gaat wonen – pas dan krijgt de herinnering een doel: verzekeren dat nooit opnieuw het kwaad wint. Een beschaving is nooit definitief verworven. Een beschaving is het resultaat van vele generaties ‘samen’-leven, maar kan door één generatie teniet worden gedaan. Daarom is de herinneringseducatie en zijn plekken van herinnering aan die tijd zo belangrijk. Opdat nooit één generatie de generatie zou worden die de beschaving teniet doet. Geweld ontstaat op het moment dat respect ophoudt te bestaan. Wanneer we ophouden om respect te hebben voor alle mensen, worden onzichtbare lijnen getrokken van ‘toegelaten’ geweld op sommigen. Dat geweld kan dan heel ‘rechtlijnig’ worden. Vanuit die mirador boven de toegangspoort van Birkenau zie je letterlijk de ‘rechtlijnigheid’ van het uitsluitingsdenken: lange lanen en gecompartimenteerde indelingen. Alsof het bevoorradingslijnen en productiestromen betrof, moesten de aanvoer en de afvoer van mensen zo vlot mogelijk verlopen. Ingenieurs en economisten hadden zich vol overgave over hun werktafel gebogen om, de enen met hun rekenlat en de anderen hun kosten-batenanalyse, de industrialisatie van de dood efficiënt te doen verlopen. Beredeneerd en kil hebben ze aan de ‘maakbaarheid’ van hun ‘project’ gewerkt. De Britse historicus Ian Kershaw spreekt van een ijver waarmee Hitlers medewerkers “in zijn geest hem tegemoet werkten”. “Ze wachtten de instructies niet eens af.” ---Laurence Rees, directeur des programmes historiques de la radiotélévision publique britannique BBC, écrit dans son chef-d’œuvre Auschwitz, The nazi’s and the ‘final solution’ : « Il s’agissait d’une entreprise collective aux mains de milliers de personnes, de milliers de personnes qui prenaient elles-mêmes des décisions, pour participer mais aussi pour prendre des initiatives pour tenter de résoudre le problème quant à la manière dont elles pouvaient assassiner des personnes et se débarrasser des corps, à une échelle sans précédent. » Le fait que les auteurs étaient « des humains », et non pas des monstres extraterrestres, n’en rend les événements que plus atroces. Souvent, c’étaient des gens tout à fait ordinaires qui seraient passés inaperçus sans uniforme, qui, dans une démocratie, n’auraient jamais commis d’actes criminels, et qui n’auront jamais, au grand jamais, envisagé de prendre ou même d’imaginer des initiatives en vue d’un génocide. Voilà précisément pourquoi se souvenir est une nécessité, une éducation et un devoir.Il est bien trop facile de penser que les démons du passé, les démons du nationalisme extrême et de la haine, ont définitivement disparu. Nous devons rester attentifs aux nouveaux excès et aux anciens excès dans un nouvel emballage. Restons attentifs au nouvel antisémitisme qui est trop facilement minimisé. Restons également attentifs à un antisionisme moderne, qui fait d’Israël une cible d’antisémitisme latent allant même jusqu’à remettre en question l’existence de cet Etat, soixante ans après la création.---De Shoah bracht de fundamenten van onze beschaving aan het wankelen. Dat heeft ons geleerd dat een beschaving nooit definitief is verworven. Beschaven is een werkwoord, onszelf beschaven is werken aan onszelf en aan onze samenleving. Beschaven begint met opvoeden. In 1998 ontstond, op initiatief van de Zweedse premier Persson, de Internationale Werkgroep voor Opvoeding en Herinnering van de Holocaust. Het uitgangspunt is dat enkel kennis en bewustzijn van de wortels van het antisemitisme een herhaling kunnen vermijden van wat Primo Levi ooit als volgt samenvatte: “De bewuste overtuiging dat elke vreemde een vijand is, brengt een proces van ontmenselijking op gang; op het extreme einde van dat proces staat een concentratiekamp.” Ons land trad toe tot de Internationale Werkgroep voor Opvoeding en Herinnering van de Holocaust. Hierdoor kunnen we educatief materiaal en goede praktijkvoorbeelden uitwisselen die jonge mensen moeten helpen om zich niet te laten verleiden door de bedrieglijke aantrekkingskracht van stereotypering, vooroordelen en racisme. Het moet hen aanzetten om na te denken over de fundamentele vrijheden, rechten én plichten van de democratie. Door het project ‘Kazerne Dossin, memoriaal, museum en documentatiecentrum over Holocaust en mensenrechten’ op de sporen te zetten heb ik als minister-president van de Vlaamse gemeenschap de aanzet gegeven om van deze plaats waaruit ook het twintigste konvooi richting vernietigingskamp was vertrokken, een ankerplaats van herinnering te maken. “Collectieve herinnering is geen luxe maar het geheim van de bevrijding”, schreef de theologe en filosofe Dorothée Sölle. In dat opzicht kunnen wij allen ‘kinderen van de Shoah’ worden genoemd. We mogen niet vergeten. Verzoening geschiedt door herinnering, want door te herinneren worden we betere mensen. Blijf ons daarom vertellen van Auschwitz, maar ook van Warschau, blijf ons herinneren aan de gruwel én aan het verzet.